**1..** De bijdrage in de kosten voor een
maatwerkvoorziening is inkomensafhankelijk, met uitzondering van
de ritbijdrage voor collectief vervoer.
**2..** De bijdrage voor een
maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is ten hoogste
gelijk aan de maximale bijdrage die mogelijk is op grond van het
uitvoeringsbesluit, waarbij geldt dat zij nooit hoger is dan de
kostprijs van de voorziening.
**3..** De bijdrage in de kosten voor een
persoon met beperkingen van 18 jaar en ouder is per vier
weken:
€ 0,00 voor de gehuwde
of de gehuwden tezamen, waarvan een van beiden of beiden
de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt
of nog niet hebben bereikt en zij een gezamenlijk
bijdrageplichtig inkomen hebben van maximaal €
37.275,00;
€ 13,00 voor de gehuwde
of de gehuwden tezamen, waarvan beiden de
pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt en zij een
gezamenlijk bijdrageplichtig inkomen hebben van maximaal
€ 25.054,00;
€ 13,00 voor een
ongehuwde die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet
heeft bereikt en een bijdrageplichtig inkomen heeft van
maximaal € 24.103,00;
€ 13,00 voor een
ongehuwde die de pensioengerechtigde leeftijd heeft
bereikt en een bijdrageplichtig inkomen heeft van
maximaal € 18.140,00.
**4..** Indien het inkomen van de persoon
met beperkingen meer bedraagt dan de inkomens genoemd in het
derde lid onder a tot en met d dan worden de daar genoemde
bedragen verhoogd met een dertiende deel van 10% van het
verschil tussen zijn inkomen en het inkomen genoemd in het derde
lid onder a tot en met d.
**5..** De bijdrage voor een
maatwerkvoorziening wordt berekend op basis van:
als de dienst per uur
wordt geleverd, de gecontracteerde uurprijs en de
geleverde uren;
voor woon- en
vervoersvoorzieningen, de laagste kostprijs die de
gemeente betaalt voor de voorziening;
voor overige gevallen
per periode en op basis van de vergoeding die de
gemeente voor de dienstverlening over die periode
verschuldigd is;
voor een
persoonsgebonden budget voor bijdrageplichtige diensten
en woon- en vervoersvoorzieningen: op basis van het door
de cliënt bestede bedrag.
**6..** Het college brengt de bijdrage voor
de volgende periode in rekening:
voor dienstverlening:
zolang de toekenning voor de dienstverlening niet is
ingetrokken en er in een periode ondersteuning is
geboden;
voor een voorziening in
natura, anders dan onder a: zolang de cliënt gebruik
maakt van of in het bezit is van de voorziening, en waar
van toepassing tot maximaal de kostprijs van een
eenmalig verstrekte voorziening;
bij een periodieke
verstrekking van een persoonsgebonden budget: over
iedere periode waarover een persoonsgebonden budget is
verstrekt;
voor logeeropvang: het
aantal etmalen dat de cliënt gebruik heeft gemaakt van
de voorziening.
**7..** Als een persoon over een periode
voor meerdere voorzieningen een bijdrage is verschuldigd, dan
komt de betaalde bijdrage allereerst ten goede aan de
voorziening die eenmalig is verstrekt en waarvoor het college
geen huur verschuldigd is.
**8..** Wanneer meerdere personen gebruik
maken van één voorziening, wordt de bijdrage berekend over de
kosten gedeeld door het aantal bijdrageplichtige gebruikers.
**9..** Het college kan nadere regels
stellen inzake de aard, inhoud en hoogte van de bijdrage.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf
Artikel 5.3.1
Bijdrageplicht Maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015