**1..** Het college kent in aanvulling op artikel 4.1 een persoonsgebonden budget toe als naar het oordeel van het college is vastgesteld dat:
cliënt, al dan niet met hulp uit zijn sociale netwerk dan wel een door cliënt aangewezen gemachtigde of een door de rechter aangewezen wettelijk vertegenwoordiger, in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel in staat is te achten om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren;
is gemotiveerd dat een cliënt een persoonsgebonden budget wenst;
is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woonruimteaanpassingen en andere maatregelen die met het persoonsgebonden budget betaald moeten worden veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn.
**2..** Het college kent geen persoonsgebonden budget toe als
in de drie jaren, voorafgaand aan de datum van het onderzoek, toepassing is gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel a, d, en e van de wet;
er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet;
het een voorziening voor opvang of aanvullend openbaar vervoer betreft;
voor zover het persoonsgebonden budget is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij voldaan is aan door het college te stellen nadere voorwaarden;
voor zover dit is bedoeld voor de betaling van tussenpersonen of belangenbehartigers;
voor zover dit is bedoeld voor reis-, parkeer-, ondersteunings- of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget.
** 3. .** De tarieven van het persoonsgebonden budget zijn:
voor ambulante ondersteuning € 42,60 per uur;
voor dagbesteding € 36,19 per dagdeel;
[Vervallen per 01-01-2019]
voor beschermd wonen geldt een tarief dat is gebaseerd op de geïndiceerde onderdelen van de GGZ-C Zorgzwaartepakketten (ZZP) 3 tot en met 5 conform de AWBZ 2014;
toeslag op het tarief voor beschermd wonen voor een gezamenlijk wooninitiatief € 4.000,00;
voor logeeropvang € 105,91 per etmaal;
voor woonvoorzieningen geldt het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte;
voor hulp bij huishouden € 4,35 per punt;
voor vervoersvoorzieningen geldt het volgende:
Bij koop van een individuele vervoersvoorziening wordt het persoonsgebonden budget vastgesteld op basis van de goedkoopst adequate voorziening. Het budget wordt indien nodig verhoogd met een bedrag voor onderhoud of verzekering.
De hoogte van het Pgb voor gebruik taxi of vervoer door derden bedraagt € 1.466,92 of voor huisgenoten die beiden in aanmerking komen € 1.099,92 ieder, op jaarbasis.
De hoogte van het Pgb voor gebruik rolstoeltaxi of vervoer door derden bedraagt € 2.257,56 of voor huisgenoten die beiden in aanmerking komen € 1.693,44 ieder, op jaarbasis.
De hoogte van het Pgb voor gebruik taxi of vervoer door derden naast gebruik van fiets, scootmobiel of (elektrische) rolstoel bedraagt € 550,48 of voor huisgenoten die beiden in aanmerking komen € 413,12 ieder, op jaarbasis.
In het geval van een maatwerkbedrag taxi of vervoer door derden kan de daarvoor geïndiceerde aanvrager ook kiezen voor een tegemoetkoming op declaratiebasis (maatwerkbedrag).
Uitbetaling vindt plaats op basis van declaratie. Als de declaratie niet voldoet aan in de beschikking gestelde verplichtingen en voorwaarden zal deze niet uitbetaald worden.
De maximumhoogte van het bedrag als bedoeld onder v. bedraagt per jaar:
voor vervoer als bedoeld in lid ii € 5.033,08 of € 3.774,80 voor huisgenoten die beiden in aanmerking komen ieder;
voor vervoer als bedoeld in lid iii € 3.801,04 of € 2.851,04 voor huisgenoten die beiden in aanmerking komen ieder;
voor vervoer als bedoeld in lid iv € 1.887,40 of € 1.415,56 voor huisgenoten die beiden in aanmerking komen ieder.
De hoogte van het Pgb voor aanpassing aan de eigen auto wordt vastgesteld op het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte.
Voor een rolstoel wordt het persoonsgebonden budget vastgesteld op de hoogte van de goedkoopst adequate voorziening. Het budget wordt indien nodig verhoogd met een bedrag voor onderhoud of verzekering.
**4..** De hoogte van een persoonsgebonden budget voor niet-professionele ondersteuning bedraagt voor zover deze afwijkt van het bepaalde in het derde lid;
voor ambulante ondersteuning € 20,00 per uur;
voor dagbesteding € 20,00 per dagdeel.
**5..** Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woonruimteaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk:
als de dienst zorg omvat waarvoor krachtens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimale opleiding vereist is, beschikt de persoon over de desbetreffende kwalificatie;
deze persoon heeft niet aangegeven dat de ondersteuning aan de cliënt hem te zwaar valt, en
de persoon uit het sociaal netwerk van wie de dienst wordt betrokken zal niet het budget beheren, behalve met toestemming van het college vanwege bijzondere omstandigheden.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2