**1..** De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabellen, met inachtneming van de daarbij behorende bijzondere bepalingen.
**2..** Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabellen genoemde eenheid voor een volle eenheid gerekend.
Artikel 6 BELASTINGTIJDVAK
**1..** Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.
**2..** Ingeval afkoop van rechten voor meerdere jaren mogelijk is en door betaling ineens wordt voldaan, is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het belastingtijdvak in het jaar van aanvang van het gebruik gelijk aan het aantal in dat kalenderjaar nog aan te vangen kalendermaanden.
Artikel 7 WIJZE VAN HEFFING
De rechten worden geheven door middel een aanslag of door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 8 ONTSTAAN BELASTINGSCHULD / AANVANG EN EINDE BELASTINGPLICHT
**1..** De rechten als bedoeld in de tarieventabellen zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** Bij beëindiging van het uitsluitend recht op een particulier graf of gebruiksrecht op een urnenplaats in de loop van het belastingjaar wordt geen restitutie verleend van reeds betaalde of nog verschuldigde graf-, onderhouds- of gebruiksrechten betreffende dat belastingjaar.
Artikel 9 BETALINGSTERMIJN
**1..** In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van de aanslag.
**2..** De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.
Artikel 10 KWIJTSCHELDING
Van de rechten geheven op grond van deze heffingsverordening wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 NADERE REGELS DOOR BURGEMEESTER EN WETHOUDERS
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de lijkbezorgingsrechten.
Artikel 12 OVERGANGSRECHT
**1..** Met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing worden ingetrokken de:
Heffingsverordening De Nieuwe Ooster 2014;
Heffingsverordening Begraafplaatsen 2014;
Heffingsverordening begraafplaats Driemond 2004;
Heffingsverordening algemene begraafplaatsen en crematorium 1986,
met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.
**2..** Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt.
Hoofdstuk
Artikel 5
HEFFINGSMAATSTAF EN BELASTINGTARIEF
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de lijkbezorgingsrechten 2015 Begraafplaatsen en Crematoria Gemeente Amsterdam