**1..** Het college stelt de loonwaarde vast van een persoon behorend tot de doelgroep loonwaardesubsidie als bedoeld in artikel 1.3, indien een werkgever voornemens is met deze een dienstbetrekking aan te gaan. De loonwaarde wordt vastgesteld als een percentage van het wettelijk minimumloon.
**2..** Bij de vaststelling van de loonwaarde betrekt het college in elk geval opgaven en inlichtingen van de beoogde werknemer en van of namens de werkgever op basis van hun praktijkervaringen, bijvoorbeeld tijdens een leerstage of proefplaats, als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, onder d, respectievelijk k.
**3..** Geen loonwaarde wordt vastgesteld indien niet is voldaan aan het bepaalde in de artikelen 1.6 en 1.7.
**4..** Het college besluit na samenspraak met de colleges in de arbeidsmarktregio en het UWV welke methode wordt gehanteerd voor de vaststelling van de loonwaarde en draagt zorg voor de bekendmaking van een adequate en actuele beschrijving van deze methode. Het college stelt de raad binnen vier weken in kennis van zijn besluit en van de beschrijving van de methode van loonwaardebepaling.
Hoofdstuk
Artikel 3.2
Loonwaardesubsidie
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam