Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6.1

Overgangsbepalingen

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam

1.. Voorzieningen bij of krachtens de Re-integratieverordening (Gemeenteblad 2011, afd. 3A, nr. 261/1207, geldig vanaf 1 januari 2012), zijn vanaf het moment van inwerkingtreding van deze verordening een voorziening in de zin van deze verordening. 2.. Het college draagt zorg voor de uitvoering van de dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 4 van de Wet inschakeling werkzoekenden, zoals dit luidde op 31december 2003, en de daarmee samenhangende detacheringsovereenkomsten en stimuleert de uitstroom. 3.. Het college draagt zorg voor de subsidiëring van de dienstbetrekkingen als bedoeld in artikel 6 van het Besluit in- en doorstroombanen (ID), zoals dit besluit luidde op 31 december 2002. De hoogte van de subsidie wordt door het college vastgesteld. 4.. De dienstbetrekkingen en subsidiëring, genoemd in het tweede en derde lid, zijn vanaf het moment van inwerkingtreding van de Participatiewet voorzieningen in de zin van artikel 78d van de Participatiewet. Het college kan nadere voorwaarden stellen aan het voortzetten van de subsidiëring, de arbeidsovereenkomsten en de detacheringsovereenkomsten. 5.. Het vierde en vijfde lid van artikel 12 van de Re-integratieverordening, zoals deze luidde op 31 december 2014, blijven van toepassing op personen die actief zijn op een participatieplaats welke doorloopt na 31 december 2014. 6.. Het derde lid van artikel 9 van de Re-integratieverordening, zoals deze luidde op 31 december 2014, blijft van toepassing op personen die actief zijn op een participatieplaats welke doorloopt na 31 december 2014.

Rechtspraak bij dit artikel