Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Vorm en hoogte van de Individuele inkomenstoeslag

Onderdeel van Verordening Individuele inkomenstoeslag Participatiewet

1.. De Individuele inkomenstoeslag bestaat uit: een financiële tegemoetkoming die besteed dient te worden aan een (budgettering)straining en/of een waardebon voor nader door het college vast te stellen algemeen noodzakelijke uitgaven tijdens een schuldhulptraject of een door het college nader vast te stellen vergelijkbaar traject. 2.. De hoogte van de Individuele inkomenstoeslag zoals bedoeld in het eerste lid onder a, bedraagt: ten minste € 20 of veelvouden daarvan tot een bedrag van ten hoogste € 300 in het geval van een huishouding met minderjarige kinderen; ten minste € 20 of veelvouden daarvan tot een bedrag van ten hoogste € 200 zonder minderjarige kinderen. 3.. De hoogte van de Individuele inkomenstoeslag zoals bedoeld in het eerste lid onder b, bedraagt ten minste € 15 per lid van de huishouding tot een bedrag van ten hoogste € 30 per lid van de huishouding. 4.. De individuele inkomenstoeslag zoals bedoeld in eerste lid onder b, kan maximaal 2 keer tijdens een schuldhulptraject verstrekt worden.

Rechtspraak bij dit artikel