Dit artikel is opgenomen ter uitvoering van artikel 5, lid 1 a. en artikel 14, lid 1 van de verordening.
De volkstuinvergunning is in het leven geroepen opdat volkstuinders, die dikwijls lange tijd - en 's zomers soms permanent - op hun volkstuin verblijven, bij hun tuin niet het volle bezoekerstarief per uur hoeven te betalen.
Als vestigingsadres van de volkstuinvereniging geldt het adres van het volkstuincomplex. Dit adres kan afwijken van het statutaire vestigingsadres of van bijvoorbeeld het (huis)adres van de secretaris van de vereniging. Het is dus mogelijk dat een volkstuinvereniging met een statutair vestigingsadres buiten Amsterdam in aanmerking komt voor een volkstuinvergunning, indien het volkstuincomplex gelegen is binnen een vergunninggebied.
De vergunningen worden verleend aan de vereniging, dus niet aan de volkstuinders persoonlijk. Het is aan het bestuur van de vereniging om te bepalen, wie van de vergunningen gebruik kunnen maken.
Op grond van artikel 14, lid 2 b. van de verordening, bedraagt het aantal volkstuinvergunningen per volkstuincomplex maximaal 1 per 3 percelen.
In artikel 4 zijn de vergunninggebieden en deelvergunninggebieden opgenomen, waarvan het (deel)vergunningenplafond is vastgesteld op nul. De consequentie hiervan is, dat in die (deel)vergunninggebieden geen volkstuinvergunningen kunnen worden verleend.
Ter uitvoering van artikel 14, lid 3 van de verordening is in artikel 14 bepaald, dat een volkstuinvergunning ook met wisselend kenteken kan worden verleend.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 12.
Volkstuinvergunning
Onderdeel van Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening Stadsdeel Oost 2014