Dit artikel is opgenomen ter uitvoering van artikel 6, lid 1 f., artikel 28, lid 4, en artikel 31, leden 5 en 6 van de verordening.
Lid 1.
Op grond van artikel 31, lid 5 van de verordening, zijn parkeervergunningen - met uitzondering van de hulpverlenervergunning en de GA-parkeervergunning - niet geldig in de gebieden waar een parkeerduurbeperking is ingesteld op grond van artikel 31, lid 1 van de verordening. Dit betreft de in artikel 18, lid 1 genoemde gebieden, in casu uitsluitend parkeergelegenheid bij de sportvoorzieningen.
Lid 2.
Dit lid is opgenomen ter uitvoering van artikel 6, lid 1 i. en artikel 31, lid 6 van de verordening.
In de in het eerste lid genoemde gebieden zijn sportverenigingvergunningen geldig. Het betreft immers uitsluitend parkeergelegenheid bij sportvoorzieningen. Sportverenigingvergunningen worden slechts verleend aan sportverenigingen die feitelijk gevestigd zijn (zie de toelichting bij artikel 13) op deze voorzieningen.
Lid 3.
Van de mogelijkheid tot beperking van de geldigheid van parkeervergunningen is gebruik gemaakt door een zgn. "winkelstratenregime" in te stellen in een aantal winkelstraten, genoemd in artikel 17, lid 3, gedurende de uren dat het meeste winkelbezoek plaatsvindt.
In deze gebieden geldt geen parkeerduurbeperking. Mantelzorgvergunningen zijn hier geldig.
Het doel van de beperking van de geldigheid van de vergunningen is om in de meest drukke winkelstraten voldoende parkeerruimte beschikbaar te houden voor bezoekers (het winkelend publiek), die zijn aangewezen op losse kaartjes uit de parkeerautomaat. Op deze wijze wordt voorkomen, dat de winkeliers met hun bedrijfsvergunning zelf de parkeerruimte voor de eigen winkel innemen, die aan hun klanten ten goede zou moeten komen. Ook de bewoners van de in het winkelgedeelte gelegen woningen worden geacht tijdens het aangewezen tijdvak hun auto elders te parkeren.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 17.
Beperking geldigheid parkeervergunningen
Onderdeel van Uitwerkingsbesluit Parkeerverordening Stadsdeel Oost 2014