Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening investeringsfonds sociale firma's Amsterdam

In deze regeling wordt verstaan onder: a. ) Aanvraag: de aanvraag die in het kader van deze verordening bij het college is ingediend ten behoeve van een lening; b. ) Aanvrager: de ondernemer die de sociale firma exploiteert; niet zijnde een bedrijf voor Sociale Werkvoorziening; c. ) Arbeidsmatige dagbesteding: een voorziening waarbij onder begeleiding arbeidsmatige activiteiten plaatsvinden; d. ) College: het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam; e. ) Investeringsfonds: fonds waar sociale firma's een beroep op kunnen doen voor investeringen in kapitaalgoederen en voor werkkapitaal; f. ) Ondernemer: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een onderneming in stand houdt; g. ) Onderneming: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst arbeid wordt verricht; h. ) Persoon met afstand tot de arbeidsmarkt: persoon met woonplaats Amsterdam die in aanmerking komt voor arbeidsmatige dagbesteding (zoals beschreven in de Amsterdamse WMO-verordening 2015, artikel 4.4) of een persoon met beperkte loonwaarde (zoals beschreven in de Amsterdamse re-integratieverordening Participatiewet, artikel 1.3 en 1.4), die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt; i. ) Plek arbeidsmatige dagbesteding: arbeidsplaats binnen de onderneming die beschikbaar is voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt om er als dagbesteding onder begeleiding werkzaamheden te verrichten; j. ) Sociale firma: een onderneming die zich richt op zowel bedrijfseconomische continuïteit en/of winstgevendheid als op het creëren van plekken voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt en waarbij: 50% van de totale inkomsten voortkomt uit de verkoop van producten en diensten, niet zijnde dagbestedingsactiviteiten, en minimaal 40% van het totaal aantal medewerkers personen zijn met een afstand tot de arbeidsmarkt. Indien het aandeel van de verkoop van producten of diensten, niet zijnde dagbestedingsactiviteiten, in de totale inkomsten meer dan 50% bedraagt, wordt de eis ten aanzien van het percentage personen met een afstand tot de arbeidsmarkt als volgt verlaagd: per 10% meer inkomsten uit de verkoop wordt de eis met betrekking tot het personeel met 2 procentpunten verlaagd; k. ) Werkkapitaal: kapitaal dat voor de sociale firma waarop de aanvraag betrekking heeft, nodig is om aan de geraamde dagelijkse financiële verplichtingen te voldoen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel