Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heeze-Leende 2015

Onder b Algemene voorziening Dit zijn voorzieningen die niet voor iedereen bedoeld zijn, maar door degene voor wie ze wel bedoeld zijn op eenvoudige wijze, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure, te verkrijgen of te gebruiken zijn. Voorbeelden zijn onder andere dagrecreatie voor ouderen en maaltijdservice. Onder c Algemeen gebruikelijke voorziening Wat in een concrete situatie als algemeen gebruikelijk te beschouwen is, hangt af van de geldende maatschappelijke normen van het moment van de aanvraag. Het begrip “algemeen gebruikelijk” is reeds geconcretiseerd in de Wmo 2007-jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Om duidelijk te maken wat in de wet verstaan wordt onder dit begrip is de begripsomschrijving vanuit de jurisprudentie in de verordening opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende voorzieningen die: in de reguliere handel verkrijgbaar zijn; niet speciaal voor personen met een beperking bedoeld zijn; die niet duurder is dan vergelijkbare producten. Er moet altijd in het individuele geval worden bekeken of de voorziening ook voor de cliënt algemeen gebruikelijk is. De Centrale Raad heeft aangegeven dat als het gaat om vervanging van een zaak die (nog lang) niet afgeschreven is en als het gaat om een persoon die een inkomen heeft dat door onvermijdbare kosten op grond van de beperkingen onder de bijstandsnorm komt, wellicht een uitzondering op dit principe gemaakt moet worden. Onder h Collectieve voorziening Een maatwerkvoorziening kan ook een collectieve voorziening zijn (bijvoorbeeld collectief vervoer). In de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 841, nr. 3, p. 99) staat onder andere dat het bij een maatwerkvoorziening kan gaan om vormen van hulp die beschikbaar zijn ter ondersteuning van verschillende cliënten, maar ook om op maat voor iemand bedachte oplossingen. Bij een collectieve voorziening is eveneens sprake van afstemming op behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een cliënt. Onder l Hoofdverblijf Waar iemand woonachtig is wordt in eerste instantie bepaald door waar iemand staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen. De zinsnede “dan wel zal staan ingeschreven” verwijst naar situaties waarin sprake is van een aanstaande verhuizing naar een andere woning die nog aangepast moet worden voordat deze daadwerkelijk wordt betrokken. De persoon met beperkingen dient een feitelijk woonadres, dat afwijkt van het adres in de Basisregistratie Personen, aan te tonen. Onder m Huisgenoot Iedereen met hetzelfde hoofdverblijf kan als huisgenoot worden aangemerkt, met uitzondering van de kamerhuurder en de kostganger. Deze uitzondering geldt alleen als er sprake is van een commerciële relatie tussen de kamerhuurder/kostganger en de hoofbewoner(s). Als er een familierelatie bestaat, zal er over het algemeen niet snel sprake zijn van kamerverhuur of kostgangerschap. Onder q Mantelzorg Mantelzorgers die hulp verlenen aan personen die zorg op grond van de Wet langdurige zorg ontvangen, vallen niet meer onder de reikwijdte van de gemeentelijke taak met betrekking tot mantelzorgers. Onder t Participatie Bij participatie gaat het om het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Met maatschappelijk verkeer wordt hetzelfde bedoeld als maatschappelijk leven. Hiermee sluit de definitie van participatie aan bij die van de ICF. Dit wil zeggen dat iemand, ondanks zijn lichamelijke of geestelijke beperkingen, op gelijke voet met anderen in redelijke mate mensen kan ontmoeten, contacten kan onderhouden, boodschappen kan doen en aan maatschappelijke activiteiten kan deelnemen. Daarvoor is ook een vereiste dat hij zich kan verplaatsen. Onder v Sociaal netwerk Met huiselijke kring wordt bedoeld dat de cliënt en derde in een familierelatie tot elkaar staan of dat de derde een huisgenoot of mantelzorger is. Onder y Voorliggende voorziening Dit is een voorziening die voorgaat op de verstrekking van een maatwerkvoorziening. Te denken valt hierbij aan onder meer voorzieningen waarop de cliënt aanspraak kan maken op basis van de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (Wet langdurige zorg). Onder cc Zelfredzaamheid De omschrijving van zelfredzaamheid bevat twee elementen: het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen; Algemene dagelijkse levensverrichtingen zijn de handelingen de mensen dagelijks in het gewone leven verrichten. Voor de zelfredzaamheid van cliënten kan gedacht worden aan: in en uit bed komen, aan- en uitkleden, persoonlijke verzorging (bij behoefte aan geneeskundige zorg, of een hoog risico daarop, valt de persoonlijke verzorging onder de Zorgverzekeringswet) bewegen/lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, eten/drinken, medicijnen innemen, ontspanning en sociaal contact. het voeren van een gestructureerd huishouden.Hierbij kan onder andere gedacht worden aan: zelfstandig wonen in een geschikt huis, zelfstandig wonen in een schoon en leefbaar huis, beschikken over schone, draagbare kleding, beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften, beschikken over maaltijden, zelfstandig administratie kunnen voeren en het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren.

Rechtspraak bij dit artikel