Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Kwijtschelding na het voldoen aan de betalingsverplichting

Onderdeel van Beleidsregels Terugvordering en Verhaal 2015 en volgende jaren

In afwijking van artikel 58 Participatiewet en artikel 25 Ioaw en Ioaz kan het college op een schriftelijk en gemotiveerd verzoek besluiten van gehele of gedeeltelijke terugvordering of van verdere terug- of invordering af te zien, met uitzondering van de gevallen waarbij de vordering door fraude is ontstaan, als de belanghebbende: gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met eventuele op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; of gedurende 5 jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of een bedrag, overeenkomend met tenminste 50% van de restsom in één keer aflost. Indien het bovenstaande van toepassing is, dient daarnaast nog voldaan te zijn aan de volgende voorwaarden: verdere invordering gaat gepaard met onevenredige nadelen voor de schuldenaar; of de schuldenaar ontvangt een inkomen dat naar verwachting langdurig niet uit zal gaan boven het voor hem geldende minimumloon. De in het eerste en tweede lid genoemde termijn is drie jaar, indien het gemiddelde inkomen van de belanghebbende in die periode de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, onder voorwaarde dat er daadwerkelijk 10% van de bijstandsnorm per maand ontvangen is. Indien de debiteur uitstel van betaling van de aflossings-/betalingsverplichting als bedoeld in artikel 13 van deze beleidsregels is verleend, wordt dit niet aangemerkt als het voldoen aan de aflossingsverplichting in de zin van het eerste lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel