Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning
intrekken, indien:
de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen
de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de
vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen;
de vergunning is verleend op grond van door de
vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of
redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig
waren.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 9
Intrekking van een huisvestingsvergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Baarn 2015