Naar hoofdinhoud
1.. Bij het gehele proces van gemeentelijk beleid wordt samenspraak toegepast, tenzij er sprake is van één van de uitzonderingen als bedoeld in artikel 2, zesde of zevende lid van deze verordening. 2.. Het college of de burgemeester beslist over de samenspraakprocedure met betrekking tot de uitoefening van hun eigen bevoegdheden, conform het bepaalde in artikel 4 van deze verordening. 3.. De raad beslist over de samenspraakprocedure met betrekking tot nieuw kaderstellend beleid of een wijziging hiervan, conform het bepaalde in artikel 4 van deze verordening. 4.. In afwijking van het vorige lid, beslist het college over de samenspraakprocedure met betrekking tot raadsvoorstellen waarbij het niet gaat om het ontwikkelen van nieuw kaderstellend beleid of een wijziging hiervan, conform het bepaalde in artikel 4 van deze verordening. Het college stelt de raad hiervan voorafgaand aan de samenspraak op de hoogte. 5.. Indien geen samenspraak wordt toegepast besluit het bevoegde bestuursorgaan gemotiveerd hiertoe. Het hiervoor in de leden 2, 3 en 4 bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 6.. In ieder geval wordt geen samenspraak toegepast: indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; inzake de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en gemeentelijke belastingen; indien het een aanvraag om omgevingsvergunning betreft die overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan worden verleend (reguliere procedure); wanneer het een beleidsvoornemen betreft dat betrekking heeft op interne organisatorische aangelegenheden van de gemeente. 7.. Het bevoegde bestuursorgaan kan beslissen om geen samenspraak toe te passen: inzake de begroting; indien de vaststelling van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat samenspraak niet kan worden afgewacht; indien het belang van samenspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving; indien reeds samenspraak of een zienswijzeprocedure als bedoeld in afdeling 3:4 Algemene wet bestuursrecht over hetzelfde beleidsonderwerp heeft plaatsgevonden; indien bezwaar en/of beroep open staat; ten aanzien van ondergeschikte herziening van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; indien het belang van samenspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid.

Rechtspraak bij dit artikel