1.
De verlaging bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt voor een gehuwde:
a.
10 procent van de gehuwdennorm indien een woning, woonwagen of woonschip wordt bewoond waaraan voor de belanghebbende geen kosten van huur of hypotheeklasten zijn verbonden;
b.
20 procent van de gehuwdennorm indien geen woning, woonwagen of woonschip wordt aangehouden;
c.
10 procent van de gehuwdennorm indien geen woning, woonwagen of woonschip wordt aangehouden, maar wel kosten worden gemaakt voor dak- en thuislozenopvang.
3.
De toeslag bedoeld in artikel 27 jo. Artikel 25 van de wet bedraagt voor een alleenstaande (ouder):
a.
10 procent van de gehuwdennorm indien een woning, woonwagen of woonschip wordt bewoond waaraan voor de belanghebbende geen kosten van huur of hypotheeklasten zijn verbonden
b.
10 procent van de gehuwdennorm indien geen woning, woonwagen of woonschip wordt aangehouden, maar wel kosten worden gemaakt voor dak- en thuislozenopvang.
4.
Een alleenstaande (ouder) die geen woning, woonwagen of woonschip aanhoudt en geen woonlasten heeft wordt geen toeslag verstrekt.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4
Verlaging norm/toeslag woonsituatie
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2010