Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 1.

Artikel 3.

De aanwijzing tot gemeentelijk monument, stads- of dorpgezicht of beeldbepalend object

Onderdeel van Erfgoedverordening2015

1.. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende zaak of terrein als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b geheel of gedeeltelijk aanwijzen als gemeentelijk monument. 2.. Het college kan een groep van onroerende zaken aanwijzen als stads- of dorpsgezicht. 3.. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende zaak of terrein, dan wel een deel daarvan, aanwijzen als beeldbepalend object. 4.. De aanwijzing, zoals bedoeld in lid 1 en 3 kan geen onroerende zaak of terrein betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de Monumentenverordening van de provincie Gelderland. 5.. De aanwijzing, zoals bedoeld in lid 2 kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet 1988.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel