De kredietbank wordt beheerd door het college.
De feitelijke leiding van de kredietbank berust bij het hoofd.
Het college kan de uitvoering van de in artikel 3 genoemde taken aan het hoofd delegeren, mandateren of hem daartoe volmacht verlenen.
Indien het college gebruik maakt van zijn in het voorgaande lid bedoelde bevoegdheid, wordt dit vastgelegd in een besluit.