Artikel 10, eerste lid, van de wet geeft een limitatieve opsomming van bijzondere situaties waarin de
ontvanger met doorbreking van de in artikel 9 van de wet voorgeschreven betalingstermijnen een belastingaanslag terstond en
tot het volle bedrag kan invorderen.
Artikel 10, tweede en derde lid, van de wet bevatten uitzonderingsbepalingen met betrekking tot de toepassing
van deze versnelde invordering.
In aansluiting op artikel 10 van de wet beschrijft dit artikel het
beleid over:
de reikwijdte van de versnelde invordering;
de vrees voor verduistering;
het metterwoon verlaten van Nederland;
geen vaste woonplaats in Nederland;
als er al beslag ligt;
de verkoop namens derden;
de vordering ex artikel 19.
10.1. Reikwijdte versnelde invordering
Als de ontvanger het in een specifiek geval noodzakelijk acht daadwerkelijk
tot versnelde invordering (als bedoeld in artikel 10 van
de wet) over te gaan, dan vermeldt hij op het uit te reiken of
te verzenden aanslagbiljet dat de belastingaanslag terstond en tot het volle
bedrag invorderbaar is. Voorts vermeldt de ontvanger op het aanslagbiljet
het onderdeel van het eerste lid van artikel 10 van
de wet op grond waarvan hij tot versnelde invordering
overgaat.
Als versnelde invordering zich voordoet nadat het aanslagbiljet is
uitgereikt of verzonden - maar voordat de belastingaanslag (geheel)
invorderbaar is - deelt de ontvanger de belastingschuldige schriftelijk mee
dat hij de belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar
verklaart en dat de op het aanslagbiljet vermelde betalingstermijnen niet
meer gelden. Hij doet dit eveneens onder opgave van het onderdeel van het
eerste lid van artikel 10 van de wet op grond waarvan hij tot
versnelde invordering overgaat.
Veelal zal dan ook gebruik worden gemaakt van de versnelde
dwanginvorderingsprocedure als bedoeld in artikel 15 van
de wet, zodat vermelding op het dwangbevel dat de
belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar is verklaard
tot de mogelijkheden van mededeling behoort. In het laatste geval zal de
betekening van het dwangbevel overigens niet per post kunnen plaatsvinden.
De belastingdeurwaarder zal voordat tot de versnelde dwanginvordering als
bedoeld in artikel 15 van de wet wordt overgegaan - als sprake is van direct
contact met de belastingschuldige - deze eerst in de gelegenheid stellen om
onmiddellijk te betalen.
Als versnelde invordering zich voordoet nadat een dwangbevel is betekend -
maar voordat de termijn van twee dagen van het bevel tot betaling is
verstreken (bij een per post betekend dwangbevel in feite vier dagen) -
vermeldt de ontvanger op het beslagexploot of op een aparte schriftelijke
kennisgeving: artikel 15 in combinatie met artikel 10,
eerste lid, van de wet, gevolgd door het desbetreffende
onderdeel.
Hetzelfde geldt als de noodzaak tot versnelde invordering zich voordoet na
het betekenen van het hernieuwd bevel tot betaling en de tweedagentermijn
die daarbij geldt nog niet is verstreken. Er hoeft geen nieuw dwangbevel te
worden betekend. De belastingschuldige wordt - als sprake is van direct
contact met laatstgenoemde - eerst in de gelegenheid gesteld om onmiddellijk
te betalen.
Een belastingaanslag die op grond van artikel 10,
eerste lid, van de wet terecht geheel opeisbaar is geworden,
blijft geheel opeisbaar ook al zouden de feiten en omstandigheden die
daartoe aanleiding hebben gevormd zich niet langer voordoen. Op verzoek van
de belastingschuldige verleent de ontvanger in zo'n situatie altijd uitstel
van betaling, welk uitstel overeenkomt met de betalingstermijn(en) die
normaal zou(den) gelden.
10.2. Vrees voor verduistering en versneldeinvordering
Van gegronde vrees voor verduistering van goederen van de belastingschuldige
als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet is
sprake, als de ontvanger aannemelijk kan maken dat redelijkerwijs te
verwachten is dat niet alleen het verhaal op een aantal goederen van de
belastingschuldige metterdaad onmogelijk zal worden gemaakt, maar ook dat
daardoor de verhaalbaarheid van de belastingschuld in ernstig gevaar zal
komen.
De vrees voor verduistering zal in de regel gelegen zijn in gedragingen van
de belastingschuldige, maar kan in bepaalde situaties ook ontstaan door
gedragingen van derden (bijvoorbeeld crediteuren), die aanleiding geven voor
de veronderstelling dat voor onverhaalbaarheid moet worden gevreesd.
Als verduistering wordt gevreesd van goederen waarvan na versnelde
beslaglegging blijkt dat deze uitsluitend van een derde zijn, is niet
voldaan aan artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de wet en
is het beslag niet rechtsgeldig. Het beslag hoeft dan niet formeel te worden
opgeheven maar de ontvanger moet de betrokkenen wel informeren over het feit
dat er geen beslag ligt.
10.3. Metterwoon verlaten van Nederland en versnelde invordering
Naast het redelijke vermoeden van de ontvanger dat de belastingschuldige van
plan is Nederland metterwoon te verlaten, dan wel zijn plaats van vestiging
naar een plaats buiten Nederland wil verplaatsen, moet de ontvanger -
alvorens de belastingaanslag op grond van artikel 10,
eerste lid, onderdeel c, van de wet dadelijk en tot het volle
bedrag invorderbaar te verklaren - er in redelijkheid van overtuigd zijn dat
de belastingaanslag na het verstrijken van de gebruikelijke betalingstermijn
niet meer verhaald kan worden op goederen van de belastingschuldige die zich
in Nederland bevinden.
10.4. Geen vaste woonplaats in Nederland en versnelde invordering
Het enkele feit dat de belastingschuldige buiten Nederland woont of is
gevestigd, is op zich geen reden voor de ontvanger om de belastingaanslag
dadelijk en tot het volle bedrag in te vorderen. Er moet een situatie
bestaan waarin de ontvanger er redelijkerwijs vanuit kan gaan dat de
belastingschuld niet binnen de termijnen zal worden voldaan en de
belastingschuld niet in Nederland kan worden verhaald.
10.5.Beslag en versnelde invordering
Nadat de ontvanger verhaalsbeslag heeft doen leggen op bepaalde goederen,
zijn andere belastingschulden van de belastingschuldige - waaronder hier
wordt verstaan alle schulden waarvan de invordering aan de ontvanger is
opgedragen - dadelijk en ineens invorderbaar.
10.6. Verkoop namens derden en versnelde invordering
Ingeval van dwanginvordering door derden kan de dadelijke invorderbaarheid
pas ontstaan door de (aankondiging van de) executoriale verkoop, zodat de
ontvanger op deze grond niet eerder maatregelen kan treffen dan op het
moment dat redelijkerwijs vaststaat dat verkoop zal plaatshebben.
10.7. Vordering ex artikel 19 en versnelde invordering
De ontvanger mag geen vordering als bedoeld in artikel 19 van
de wet doen, enkel om te bereiken dat daardoor een
belastingaanslag terstond en tot het volle bedrag invorderbaar wordt.
Als de ontvanger met betrekking tot een bepaalde belastingaanslag een
vordering jegens een derde heeft gedaan en nadien worden andere
belastingaanslagen opgelegd, dan kunnen ook die aanslagen tot het volle
bedrag worden ingevorderd, ook als de betalingstermijnen van die nieuwe
aanslagen nog niet zijn verstreken.