Artikel 22
van de wet gaat over het bodemrecht.
In aansluiting op artikel 22 van de wet beschrijft dit artikel het
beleid over:
de werkingssfeer van het bodemrecht;
bodemrecht en bestuurlijke boeten;
overbetekening bodembeslag;
de volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement;
de volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement;
bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar;
bodemrecht en voorrang;
verzet en beroep.
22.1. Werkingssfeer en reikwijdte bodemrecht
Derden die de eigendom pretenderen van inbeslaggenomen roerende of
onroerende zaken, kunnen hun rechten op die zaken - op de voet van de
artikelen 456 respectievelijk 538 en
volgende Rv - geldend maken. Op grond van artikel 435
Rv kunnen derden zich ook tegen het beslag verzetten.
Onafhankelijk hiervan kunnen derden die geheel of gedeeltelijk recht menen
te hebben op roerende zaken waarop voor een belastingschuld beslag is
gelegd, hun bezwaren tegen de beslaglegging van die zaken in de
administratieve sfeer door middel van een beroepschrift voorleggen aan het
college van de gemeente.
Met derden worden hier niet alleen bedoeld degenen die zich op een
eigendomsrecht beroepen, maar ook degenen die een beperkt recht op de zaak
menen te hebben. Een tijdig ingediend beroepschrift op de voet van artikel 22,
eerste lid, van de wet schort de executie van rechtswege
op.
Artikel
22, derde lid, van de wet ontneemt derden de mogelijkheid van
verzet in rechte tegen de inbeslagneming van de in dat artikel bedoelde
zaken en genoemde belastingaanslagen. Dit noemt men het bodemrecht van de
fiscus. Dit voorrecht kan de ontvanger van de gemeente niet toepassen.
22.2. Bodemrecht en bestuurlijke boeten
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
22.3. Overbetekening bodembeslag
Als de ontvanger bekend is met de omstandigheid dat zaken mogelijk in
eigendom toebehoren aan een derde, dan is hij op grond van artikel 435,
derde lid, Rv verplicht bij beslaglegging op die zaken, dit
beslag binnen acht dagen na de beslaglegging aan die derde te doen betekenen
door de belastingdeurwaarder.
Bij deze overbetekening moet de derde schriftelijk worden gemeld dat hij de
mogelijkheid heeft een beroepschrift tegen de inbeslagneming te richten aan
het college.
De ontvanger gaat onmiddellijk tot betekening aan de derde over als hij op
enig later tijdstip - maar vóór de geplande verkoopdatum - kennis krijgt van
het feit dat de in beslag genomen zaken mogelijk eigendom zijn van die
derde. Als tussen het moment van de betekening aan de derde en de
vastgestelde verkoopdatum minder dan acht dagen liggen, gaat de ontvanger
over tot het vaststellen van een nieuwe verkoopdatum.
22.4. Volgorde uitwinning bodembeslag buiten faillissement
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
22.5. Volgorde uitwinning bodembeslag in faillissement
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
22.6. Bodemrecht en insolventie van de derde-eigenaar
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
22.7. Bodemrecht en voorrang
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
22.8. Verzet en beroep
22.8.1. Verzet artikel 435, derde lid, Rv tegen bodembeslag
Als uit een verzetschrift ex artikel 435,
derde lid, Rv blijkt dat de derde geen eigenaar is van de zaken
genoemd in dat verzetschrift, of voor de ontvanger anderszins duidelijk is
dat de derde geen eigenaar is van de betreffende zaken, dan vindt executie
van die zaken in beginsel doorgang.
22.8.2. Taken met betrekking tot de schriftelijke mededeling ex artikel 435,
derde lid, Rv inzake bodembeslag
Als de derde een schriftelijke mededeling ex artikel 435,
derde lid, Rv heeft gedaan, heft de ontvanger het beslag op als
zonder meer duidelijk is dat het zaken betreft waarop de ontvanger geen
verhaal kan nemen.
In de overige gevallen zendt de ontvanger de schriftelijke mededeling door
naar het college. Als ook het college geen aanleiding ziet aan het verzet
tegemoet te komen, dan stuurt de ontvanger de stukken door naar een advocaat
met het verzoek een procedure aan te spannen om een executoriale titel tegen
de derde te verkrijgen.
22.8.3. Opschorting verkoop na verzet in rechte tegen bodembeslag
Een verzet op de voet van artikel 456
Rv tegen de verkoop van roerende zaken schort de voortgang van
de executie niet van rechtswege op.
Niettemin schort de ontvanger de invordering in het algemeen op en neemt hij
geen onherroepelijke maatregelen, tenzij naar het oordeel van de ontvanger
het opschorten van de invordering de belangen van de Gemeente schaadt.
22.8.4. Beroepschrift ex artikel 22 van de wet
Het beroepschrift ex artikel 22 van de wet moet worden ingediend bij de
ontvanger, waaronder de belastingschuldige ressorteert. Een beroepschrift
kan niet meer worden ingediend als het beslag is opgeheven of
vervallen.
Als toch een beroepschrift wordt ingediend, dan zal het college dit
beroepschrift niet in behandeling nemen omdat het beslag niet meer
ligt.
22.8.5. Beroepschriftprocedure ex artikel 22 van de wet
Onverminderd het bepaalde in artikel 22 van
de wet geldt voor de beroepsfase dat als uit een beroepschrift
niet duidelijk blijkt waarop het beroep is gebaseerd, de ontvanger de
indiener verzoekt om het beroepschrift binnen een redelijke termijn (nader)
te motiveren. De ontvanger wijst de indiener op een mogelijke
niet-ontvankelijkverklaring bij het niet voldoen aan de
motiveringsplicht.
22.8.6. Taak van de ontvanger met betrekking tot beroepschrift ex artikel
22, eerste lid, van de wet
Een beroepschrift dat te laat is ingediend - maar dat betrekking heeft op
een beslag dat nog steeds ligt - zal het college niet ontvankelijk
verklaren, tenzij hij van oordeel is dat de indiener niet in verzuim is
geweest.
Een beroepschrift dat in verband met te late indiening niet-ontvankelijk is
verklaard, zal het college ambtshalve in behandeling nemen. De ontvanger
schort in het algemeen eveneens de verkoop op - ongeacht de eventuele
wettelijke noodzaak daartoe - als een tijdig ingediend beroepschrift niet op
alle inbeslaggenomen zaken betrekking heeft.
Als de belanghebbende zich met zijn bezwaren tot de ontvanger wendt voordat
hij een beroepschrift indient of een procedure aanspant, dan wijst de
ontvanger de belanghebbende op de mogelijkheid een beroepschrift tot het
college te richten. Als de ontvanger in dit stadium met de belanghebbende
tot een oplossing kan komen, verdient dit uiteraard aanbeveling. In geval
van leasing geldt echter dat de ontvanger een beslag niet opheft dan na
overleg met het college.
22.8.7. Beslissing college op het beroepschrift tegen een bodembeslag
Het college motiveert de beslissing ook als sprake is van een te laat
ingediend beroepschrift. Het college zendt zijn beslissing op een
ontvankelijk verklaard beroepschrift aan de ontvanger. De ontvanger draagt
zorg voor onmiddellijke betekening van de beslissing aan de derde, aan de
belastingschuldige of hun gemachtigden en - zo nodig - aan de bewaarder.
Voor de betekening van de beslissing van het college worden geen kosten in
rekening gebracht.
Een beslissing op een niet-ontvankelijk verklaard beroepschrift wordt hetzij
door het college rechtstreeks aan de adressant of zijn gemachtigde en zo
nodig aan de bewaarder gezonden, hetzij op verzoek van het college betekend
op de wijze die geldt voor een ontvankelijk verklaard beroepschrift.
Als het gewenst is dat de zaken - in afwachting van de beslissing op het
beroepschrift - spoedig worden verkocht, dan kan de ontvanger na overleg met
het college erin toestemmen dat de verkoop door de derde gebeurt mits de
opbrengst - die in de plaats van de zaken treedt - in afwachting van de
beslissing bij de ontvanger wordt gedeponeerd.
22.8.8. Onduidelijk bezwaar tegen bodembeslag
De situatie kan zich voordoen dat de ontvanger uit het ingediende
bezwaarschrift niet kan opmaken of is beoogd administratief beroep in te
stellen op grond van artikel 22 eerste lid, van de wet dan wel verzet
aan te tekenen op grond van artikel 435,
derde lid, Rv.
Als dat het geval is, nodigt de ontvanger de derde uit zich daarover binnen
tien dagen uit te laten. Als de derde niet reageert, wordt het geschrift
aangemerkt als een beroepschrift ex artikel 22,
eerste lid, van de wet.
22.8.9. Samenloop administratief beroep en verzet tegen bodembeslag
Als de derde zowel een beroepschrift ex artikel 22,
eerste lid, van de wet indient als een schriftelijke mededeling
doet als bedoeld in artikel 435, derde lid, Rv, dan zendt de ontvanger
eerst het beroepschrift ter behandeling aan het college, voordat hij het
verzet ex artikel 435, derde lid, Rv behandelt.
22.8.10. Criteria voor de beslissing op het beroepschrift ex artikel 22, eerste lid, van de wet
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
22.8.11. Beëindiging operationele lease-overeenkomst
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
22.8.12. Executie en bodemrecht
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.