Artikel 4 van de wet bepaalt dat voor het verrichten van deurwaarderswerkzaamheden in opdracht van een ontvanger voor de
invordering van (rijks) belastingen, uitsluitend een
belastingdeurwaarder bevoegd is.
In aansluiting op artikel 4 van de wet beschrijft dit artikel het
beleid over de reikwijdte van die bevoegdheid.
4.1. Reikwijdte bevoegdheid belastingdeurwaarder
De belastingdeurwaarder is bevoegd tot het uitbrengen van alle exploten en
het treffen van alle invorderingsmaatregelen die rechtstreeks verband houden
met de invorderingstaak en de hieruit voortvloeiende bevoegdheden van de
ontvanger.
Dit brengt met zich mee dat de belastingdeurwaarder ook bevoegd is tot die
werkzaamheden die voortvloeien uit de invordering langs civielrechtelijke
weg, waartoe de ontvanger op grond van artikel
4:124 van de Awb gerechtigd is en tot die werkzaamheden die
verricht moeten worden, wanneer de ontvanger zelfstandig eisend en verwerend
in rechte optreedt.
4.2. Bescherming
Belastingdeurwaarders zijn ambtenaar in de zin van de artikelen
179 en 180 Sr. Daardoor genieten zij strafrechtelijke
bescherming, voor zover zij hun wettelijke taken en bevoegdheden uitoefenen.
4.3. Legitimatie
Voor de uitoefening van de aan hem opgedragen invorderingstaken kan de
belastingdeurwaarder op verzoek zich legitimeren aan de belastingschuldige
en/of zijn/haar gemachtigden.
Artikel 4
Bevoegdheid belastingdeurwaarder
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen