Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK II

Artikel 5

FREQUENTIE VAN INZAMELEN

Onderdeel van Afvalstoffenverordening 2015

1.. Huishoudelijk restafval wordt tenminste eenmaal per twee weken nabij elk perceel ingezameld. 2.. Groente-, fruit- en tuinafval wordt tenminste eenmaal per twee weken nabij elk perceel ingezameld. 3.. Oud papier en karton worden tenminste eenmaal per maand nabij elk perceel ingezameld, met uitzondering van de gestapelde bouw. 4.. Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van de overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk in aangewezen delen van de gemeente nabij elk perceel worden ingezameld. 5.. De inzameling van huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel vindt zodanig plaats dat sprake is van een laagdrempelige voorziening. 6.. Er is sprake van een laagdrempelige voorziening indien de afstand tussen het perceel waar de huishoudelijke stoffen ontstaan en de inzamelvoorziening of clusterplaats a. niet meer bedraagt dan 150 meter; b. meer bedraagt dan 150 meter indien er sprake is van bijzondere omstandigheden. Van bijzondere omstandigheden is in ieder geval sprake indien een andere wijze van inzameling dan gebruik maken van de ondergrondse voorziening op de beoogde locatie, niet past binnen een doelmatige inzameling van huishoudelijk afvalstoffen of indien een andere dan de beoogde locatie niet geschikt of veilig bereikbaar is voor een inzamelvoertuig. 7.. Onverminderd het bepaalde in lid 6, is er in geval van inzameling anders dan op een clusterplaats, sprake van een laagdrempelige inzameling indien: 1.. de inzamelvoorziening zo goed mogelijk bereikbaar en toegankelijk is en de afvalstoffen daarin eenvoudig kunnen worden achtergelaten en; 2.. de gelegenheid wordt gegeven gedurende tenminste twaalf aaneengesloten uren per week huishoudelijke stoffen achter te laten.

Rechtspraak bij dit artikel