Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.8

Goedkoopst compenserend

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning, gemeente Epe 2015

Dit begrip is ontleend aan de praktijk van de voormalige Wet voorziening gehandicapten en wordt ook in de Awbz en de Wmo toegepast. De gemeente mag de voorziening die het goedkoopst compenserend is inzetten. Dit begrip betekent zoveel als dat de voorziening doelmatig moet zijn. Het begrip heeft zowel betrekking op een voorziening in natura als op een persoonsgebonden budget (pgb). Om tot een budgetbepaling te komen, wordt de hoogte van het pgb gekoppeld aan de tegenwaarde van de in natura te verstrekken goedkoopst compenserende voorziening. Een gemeente die door het afsluiten van een contract met een leverancier een inkoopvoordeel heeft behaald, kan bij het bepalen van de hoogte van het pgb rekening houden met dit voordeel. Een cliënt die een duurdere voorziening wenst dan de voorziening die het goedkoopst compenserend is, betaalt de meerkosten zelf. Voor het vervoer van en naar de dagbesteding kan het principe goedkoopst compenserend tot gevolg hebben dat een cliënt die naar een andere dagbestedingslocatie wil dan de voorziening die het dichtst bij zijn woonplaats is gevestigd, de meerkosten van het vervoer zelf moet betalen.

Rechtspraak bij dit artikel