Melding hulpvraag
Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij de gemeente worden gemeld. De gemeente bevestigt de ontvangst van de melding altijd schriftelijk.
Aandachtspunten:
Een persoon met een hulpvraag die op grond van een andere wet (of voorliggende voorziening) kan worden beantwoord, kan direct en gericht worden doorverwezen. Te denken valt hier bijvoorbeeld aan de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Leerplichtwet, Wet langdurige zorg (Wlz), Participatiewet, Jeugdwet of Wet publieke gezondheid (Wpg). De gemeente moet na de melding van de hulpvraag in het onderzoek dus eerst zorgvuldig nagaan of de melding thuishoort in de Wmo.
Clientondersteuning
De gemeente wijst de cliënt en zijn mantelzorger(s) voorafgaande aan het onderzoek op de mogelijkheid om gebruik te kunnen maken van gratis cliëntondersteuning. (De gemeente Epe heeft op 7 juli 2014 ingestemd met het voorstel (2014-25931) om voor 2015 een overeenkomst te sluiten met MEE Veluwe aangaande cliëntenondersteuning. De organisatie van cliëntondersteuning na 2015 wordt nog nader uitgewerkt.) Bij deze cliëntondersteuning vormt het belang van de cliënt het uitgangspunt.
Vooronderzoek
De gemeente onderzoekt alle voor het onderzoek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek.
Voor het gesprek verschaft de cliënt de gemeente alle overige gegevens die naar het oordeel van de gemeente voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument ter inzage.
Als de cliënt bekend is bij de gemeente kan de gemeente, in overeenstemming met de cliënt, afzien van een vooronderzoek. Er kunnen immers gewijzigde omstandigheden zijn, die bij een melding nog niet duidelijk zijn.
De gemeente brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk ondersteuningsplan op te stellen waarin hij de omstandigheden beschrijft en aangeeft op welke maatschappelijke ondersteuning hij naar zijn mening het meest is aangewezen. Het zelf kunnen indienen van een persoonlijk ondersteuningsplan vergroot de mogelijkheden voor eigen regie van cliënten en hun mantelzorgers. De gemeente stelt de cliënt na de melding gedurende zeven dagen in de gelegenheid het plan te overhandn.e
Aandachtspunten:
De Wmo 2015 kent de term vooronderzoek niet. In de verordening wordt hiermee bedoeld een ambtelijke voorbereiding op het gesprek. Het vooronderzoek dient zo nodig plaats te vinden in samenspraak met de cliënt, omdat de cliënt in deze fase gegevens moet overleggen. Op basis van deze gegevens besluit de gemeente of de melding onder de Wmo valt en er een gesprek zal plaatsvinden voor verder onderzoek.
Voor het opstellen van een persoonlijk ondersteuningsplan krijgt de cliënt zeven dagen de tijd. Deze zeven dagen vallen binnen de afhandelingstermijn van zes weken. De gemeente betrekt het betreffende persoonlijke ondersteuningsplan bij het gesprek.
Gesprek
- De gemeente onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en degene door of namens wie de melding is gedaan, dan wel diens vertegenwoordiger en waar mogelijk met de mantelzorger(s) en desgewenst familie zo spoedig mogelijk en voor zover nodig:
A de behoefte en persoonskenmerken van de cliënt;
B. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
C de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren. Daarnaast onderzoekt de gemeente de mogelijkheden om te voorkomen dat de cliënt een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening en de behoefte van een cliënt aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang;
D. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zelfredzaamheid of zijn participatie. Daarnaast onderzoekt de gemeente de mogelijkheden om te voorkomen dat de cliënt een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening en de behoefte van een cliënt aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang;
E. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;
F. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van de zelfredzaamheid of zijn participatie. Daarnaast onderzoekt de gemeente de mogelijkheden om te voorkomen dat een cliënt een beroep moet doen op een maatwerkvoorziening en de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang;
G. de mogelijkheden om door middel van voorliggende voorzieningen of door samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en andere partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan de verbetering van zijn zelfredzaamheid en zijn participatie of de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of maatschappelijke opvang;
H. de mogelijkheden om een maatwerkvoorziening te verstrekken, waarvoor de cliënt na het voeren van een gesprek een aanvraag kan indienen.
welke bijdragen in de kosten de cliënt verschuldigd is.
J de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de cliënt in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van duze. ie ke
- Indien de cliënt een persoonlijk ondersteuningsplan aan de gemeente heeft overhandigd, betrekt de gemeente dat plan bij het onderzoek.
- De gemeente informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, de rechten en plicht de vervolgprocedure en vraagt de cliënt toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken.n,
Voor de criteria voor een pgb zie Notitie ‘Het persoonsgebonden budget in de Wmo en de Jeugdwet 2015’, in de bijlage van deze beleidsregels.
Aandachtspunten:
De gemeente dient na melding van een inwoner een onderzoek uit te voeren om de leefsituatie van de cliënt zo volledig mogelijk in beeld te brengen. Het na melding verwijzen naar een algemene voorziening volstaat niet, tenzij de inwoner hier zelf expliciet om vraagt. Zie het voorbeeld in het kader.
Neem de eenzame oudere, die op zich wel over geld beschikt maar niet over contacten, die zich via het buurtwerk tot de gemeente wendt met de volgende vraag: “Ik zit maar binnen en kom de deur niet meer uit en zie haast niemand. Dat komt vooral doordat ik niet meer zelf de boodschappen kan doen en aangewezen ben op tafeltje dekje en de boodschappendienst. Als ik nu maar weer eens zelf die boodschappen kan doen. Elke dag even naar de bakker voor een broodje en een praatje, of de haringkar”
In de huidige Wmo praktijk kan de gemeente verwijzen naar de algemeen gebruikelijke oplossingen (dat zijn geen voorzieningen) als Albert en Meals on Wheels. Het zou best eens kunnen dat als de rechter de Memorie van Toelichting leest dat minder snel zal accorderen en bovendien zal willen zien dat in kaart is gebracht hoe dan op andere wijze de eenzaamheid is bestreden op een wijze die bij de man/vrouw past! Daarbij zal het herhaaldelijk in de Kamerstukken gehanteerde begrip ‘voorkeuren van de cliënt’ een behoorlijke importantie hebben. Alleen als er een onderzoek zoals beschreven in de wet is uitgevoerd kan worden vastgesteld dat de behoeften behoorlijk in kaart zijn gebracht. Een snel en eenvoudig onderzoek als methode is gedoemd te mislukken. (Maatwerk in het wetsvoorstel maatschappelijke ondersteuning 2015’ van Matthijs Vermaat, Nederlandse Juristenblad, 23-05-2014, aflevering 20, p. 1376)
Het gesprek vindt, zo mogelijk plaats bij de cliënt thuis, zodat er een totaalbeeld van betrokkene en zijn situatie verkregen kan worden.
Mantelzorger en hulp vanuit het sociaal netwerk is bovengebruikelijk en vrijwillig van aard en de te verlenen hulp kan niet verplicht worden. Tijdens het gesprek worden ook de mogelijkheden en de grenzen aan de belastbaarheid van mantelzorgers en hun ondersteuningsbehoefte onderzocht.
Belangrijk is het vermelden van het gewenste resultaat van de maatschappelijke ondersteuning. Het bereiken van dit resultaat staat centraal in de Wmo 2015. Dit resultaat kan worden opgenomen in het verslag en in de beschikking t.b.v. de maatwerkvoorziening en/of algemene voorziening.
Ook de financiële gevolgen voor de cliënt, zoals eigen bijdragen, moeten in het gesprek aan de orde komen. De Wmo 2015 is voor iedereen toegankelijk, ongeacht inkomen of vermogen De cliënt is niet verplicht gegevens over zijn financiële positie te overleggen.
Verslag
De gemeente zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek. Opmerkingen van de cliënt worden als bijlage aan het verslag toegevoegd.
Binnen vijf werkdagen na het gesprek verstrekt de gemeente aan de cliënt een verslag van de uitkomsten van het onderzoek.
De cliënt tekent het verslag voor gezien of akkoord en zorgt ervoor dat een getekend exemplaar binnen vijf dagen wordt geretourneerd aan de contactpersoon waarmee hij een gesprek heeft gevoerd
Als de cliënt tekent voor gezien, kan hij daarbij aangeven wat de reden is waarom hij niet akkoord is.
Als de cliënt van mening is dat hij in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, kan hij dit aangeven op het door hem ondertekende lag.vers
Aandachtspunten
Het feit dat een cliënt geen zaken aan het verslag van het gesprek kan wijzigen, als hij van mening is dat er onjuistheden in staan, is nadelig voor de positie van de cliënt. Het kan zijn dat er zaken gewijzigd dienen te worden omdat ze niet juist genoteerd of geïnterpreteerd zijn. In dat geval tekent de cliënt voor gezien en kan daarbij aangeven waarom hij niet akkoord is.
Het verslag is vormvrij en kan dienen als input voor het persoonlijk ondersteuningsplan In dat geval dient het als basis voor de aanvraag en zullen gemeente en cliënt beide moeten ondertekenen.
Aanvraag maatwerkvoorziening
Een cliënt of zijn gemachtigde kan een aanvraag om een maatwerkvoorziening schriftelijk indienen bij de gemeente door middel van een door de gemeente vastgesteld aanvraagformulier.
De gemeente kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken als aanvraag als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven.
De gemeente neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorzng. eni
Voor de criteria voor een maatwerkvoorziening zie het volgende hoofdstuk.
Aandachtspunten:
In de Wmo 2015 wordt op de levensterreinen arbeid, onderwijs, wonen, mobiliteit, zorg en preventie een integrale aanpak bepleit: samenhang tussen Wlz, Zvw, Wmo, Jeugdwet en Participatiewet.
Eén coördinerend persoon dient de aanvraag af te stemmen met de cliënt zelf en met andere betrokken partijen en/of andere regelingen. Het resultaat van de ondersteuning wordt in een persoonlijk plan of het verslag van het onderzoek en de aanvraag zelf opgenomen. Hierin wordt dan de samenhang met andere leefgebieden benoemd. In de beschikking dient in elk geval het resultaat van de maatwerkvoorziening te worden opgenomen.
In het eerste lid van artikel 7 van de verordening Wmo 2015, gemeente Epe (aanvraag) is aangegeven dat naast de cliënt alleen een daartoe door hem gemachtigd persoon een aanvraag kan indienen. Aangezien het hier gaat om de formele aanvraag om een beschikking in de zin van de Awb, is hier de formele eis van machtiging gesteld.
Advisering bij beoordeling aanvraag maatwerkvoorziening
De gemeente kan een aangewezen adviesinstantie om advies vragen als dit van belang geacht wordt voor de beoordeling van de aanvraag om een maatwerkvoorziening. De gemeente betrekt de cliënt en zijn eventuele gemachtigde of mantelzorger bij de adviesaanvraag en informeert hem over de uitkomsten daarvan.
Aandachtspunten:
Het is belangrijk dat de advisering onafhankelijk is om te voorkomen dat het aanbod van een welzijns- of zorgaanbieder bepalend wordt voor het advies.
De cliënt zelf dient altijd betrokken te worden bij het advies. Nu staat er in de verordening Wmo 2015 gemeente Epe dat een cliënt verplicht is medewerking te verlenen.
Persoonlijk ondersteuningsplan
Het format voor het persoonlijk ondersteuningsplan is door cliënten zelf in te vullen. Het is een cliënt georiënteerd hulpmiddel dat in het primaire proces wordt ingezet. ‘Gedeelde besluitvorming’ is de kern van dat proces.
Het verslag van het onderzoek is gelijk aan het ondersteuningsplan. Het is belangrijk dat dubbelregistratie wordt voorkomen.
Het persoonlijk ondersteuningsplan is zowel voor de cliënt als voor betrokken hulpverleners toegankelijk.
Het persoonlijk ondersteuningsplan is bondig, eenvoudig en kort als het kan, complex en uitgebreid als het nodig is.
Het persoonlijk ondersteuningsplan is afgestemd op eventuele ondersteuningsplannen van andere gezinsleden dan wel afgestemd op mogelijkheden en behoeften van deze gezinsleden.
Er wordt een toelichting voor het invullen van het format ontwikkeld.
Het format zal de komende jaren verder ontwikkeld worden.
Beschikking
- In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.
- Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is;
daar waar mogelijk, wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;
hoe de voorziening wordt verstrekt;
welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
- Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend;
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;
wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld;
de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
- Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.
Aandachtspunten:
Het verwijzen van cliënten naar een algemene voorziening of het geven van inzicht dat zij bepaalde zaken wellicht ook zelf zouden kunnen doen of regelen, is geen besluit in de zin van de Awb. Van een besluit is pas sprake nadat een aanvraag is ingediend en daarop is beslist.
Is de cliënt het niet eens met de verwijzing naar een algemene voorziening dan kan hij een aanvraag voor een maatwerkvoorziening doen. De gemeente moet wel registreren dat een persoon is verwezen naar een algemene voorziening.
In de praktijk zal er vaak een combinatie van algemene- en maatwerkvoorzieningen zijn. In dit geval dient de gemeente wel een beschikking af te geven.
De gemeente dient bovendien in de beschikking te motiveren hoe de aanvrager gecompenseerd wordt. De gemeente mag alle voorzieningen die zij als maatwerkvoorziening kan aanbieden ook als algemene voorziening aanbieden m.u.v. beschermd wonen.
Niet in alle gevallen is het duidelijk wat de ingangsdatum is van een verstrekking, denk hierbij aan scootmobielen en trapliften. In dit geval wordt de datum aangehouden waarop de rapportage is afgerond.
Duur van de voorziening (tijdelijk of blijvend) is afhankelijk van wat is opgenomen in het ondersteuningsplan.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Procedurele bepalingen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning, gemeente Epe 2015