De Wmo 2015 legt veel nadruk op het mogelijk maken dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen. In opdracht van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is onderzocht wat het verschil is tussen mensen die wel en mensen die niet thuis wonen. Mensen die thuis wonen voldoen aan de volgende randvoorwaarden:
hij is geen gevaar voor zichzelf of zijn omgeving;
hij heeft een zinvolle dagbesteding;
hij heeft ziekte-inzicht, weet hulp en ondersteuning te vinden en maakt hier indien nodig gebruik van;
voor somatische cliënten is het van belang dat ze zelf kunnen alarmeren en enige tijd (30 minuten) kunnen wachten op hulp;
hij is zelf in staat contacten aan te gaan en deze te onderhouden;
hij beschikt over enige mate van assertiviteit en is in staat om grenzen aan te geven en voor zichzelf op te komen;
hij kan met geld omgaan, weet zijn vaste lasten tijdig te voldoen en verdeelt zijn inkomen zorgvuldig over alle kostenposten, hij weet schulden te voorkomen.
Als mensen dit niet zelf kunnen en wel thuis wonen, dan beschikken zij over een stabiele steunstructuur –vaak in de vorm van mantelzorg- die de noodzakelijke randvoorwaarden schept en toezicht biedt.
Ten aanzien van de fysieke omgeving zijn de volgende randvoorwaarden van belang:
- bekende omgeving;
- veilige omgeving: afsluiting van gas, mogelijkheid tot sluiten van deuren;
- toepassing van technologie om toezicht te creëren;
- een veilig en leefbauis.ar h
Deze omschrijving van VWS bevat ook de twee elementen van ‘zelfredzaamheid’ zoals genoemd in de inleiding:
het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL);
het voeren van een gestructureerd huishouden.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Langer thuis blijven wonen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning, gemeente Epe 2015