Naar hoofdinhoud
1.. Indien aan een functiehouder nieuwe of gewijzigde taken worden opgedragen, heroverweegt het bevoegd gezag op advies van een gecertificeerde gebruiker of de bestaande normbeschrijving of lokale functiebeschrijving nog langer voldoende passend is. 2.. Indien de functiehouder van oordeel is dat zijn/haar normbeschrijving of lokale functiebeschrijving niet langer passend is, kan de functiehouder het bevoegd gezag verzoeken tot heroverweging. 3.. Indien de heroverweging leidt tot wijziging van de lokale functiebeschrijving is het gestelde in artikel 3 en verder van toepassing. 4.. Het bevoegd gezag maakt schriftelijk en gemotiveerd aan de functiehouder bekend welke normbeschrijving of lokale functiebeschrijving het voornemens is aan de functiehouder toe te kennen. In dit voornemen zijn tevens de ingangsdatum en de gevolgen voor de inschaling, het salaris en/of bezoldiging opgenomen. 5.. De functiehouder wordt in de gelegenheid gesteld zijn/haar bedenkingen over de voorgenomen toekenning van de normbeschrijving of lokale functiebeschrijving schriftelijk en gemotiveerd kenbaar te maken. De termijn voor het kenbaar maken van de bedenkingen bedraagt drie weken. Het bevoegd gezag legt de bedenkingen voor advies voor aan een extern deskundige. Op verzoek van de functiehouder kan hij/zij door de extern deskundige gehoord worden. 6.. Na het verstrijken van de termijn als bedoeld in het vijfde lid maakt het bevoegd gezag schriftelijk en gemotiveerd aan de functiehouder bekend welke normbeschrijving of lokale functiebeschrijving wordt toegekend en wat hiervan de gevolgen zijn voor de inschaling, het salaris en/of bezoldiging. Tegen dit besluit kan de functiehouder op grond van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht schriftelijk en gemotiveerd bezwaar maken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel