Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II - › Paragraaf 2

Artikel 13

intrekken van de vergunning

Onderdeel van Verordening inzake monumenten en archeologie

De vergunning als bedoeld in artikel 9 kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschrif­ten als bedoeld in artikel 9, tweede lid, niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunning­houder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monu­ment zwaar­der dient te wegen; niet binnen 26 weken na het onherroepe­lijk worden van de vergunning gebruik wordt ge­maakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel