Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV › Paragraaf 2

Artikel 26

intrekken van de vergunning

Onderdeel van Verordening inzake monumenten en archeologie

De vergunning als bedoeld in artikel 23 kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 23, lid 2 niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het object van jongere bouwkunst zwaarder dient te wegen; niet binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning gebruik wordt gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel