Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II - › Paragraaf 1

Artikel 3

de aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monu­ment

Onderdeel van Verordening inzake monumenten en archeologie

1.. Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op verzoek van een belanghebbende, een monument aanwij­zen als be­schermd gemeen­telijk monument. 2.. Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, vragen zij ad­vies aan de commissie cultuurhistorie. In spoed­eisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen ten be­hoeve van de aanwijzing van een monument als be­schermd gemeentelijk mo­nument bepa­len dat bouwhistorisch onder­zoek en/of ver­kennend archeologisch onderzoek wordt ver­richt. 4.. Voordat burgemeester en wethouders een kerkelijk monu­ment aanwijzen, voeren zij over­leg met de eigenaar. 5.. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aan­gewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewe­zen op grond van artikel 3 van de monumen­tenverordening van de provincie Zuid-Holland.

Rechtspraak bij dit artikel