Indien en voorzover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot:
de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 9 te verlenen;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 9;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 9, derde lid;
de weigering door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 23, tweede lid;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 23, tweede lid;
de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 28, eerste lid te verlenen;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 28, eerste lid;
een besluit van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 28, tweede lid.
Hoofdstuk VII -
Artikel 33
schadevergoeding
Onderdeel van Verordening inzake monumenten en archeologie