Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk VII -

Artikel 37

inwerkingtreding

Onderdeel van Verordening inzake monumenten en archeologie

1.. Voor zover deze verordening betrekking heeft op be­schermde gemeentelijke monumenten treedt zij in werking met ingang van de eerste dag na die­ van de bekendma­king. 2.. De monumentenverordening vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 26 maart 1990­, voor zover het betreft bepalingen over gemeentelijke monumenten, vervalt met in­gang van de eerste dag na die van de bekend­making. 3.. Voor zover deze verordening betrekking heeft op be­schermde rijksmonumenten, treedt zij in werking overeen­komstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988. 4.. De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 26 maart 1990, voor zover het betreft bepalingen over beschermde rijksmonumenten, vervalt op de datum waarop het derde lid toepassing vindt. 5.. De op grond van de ingevolge het tweede lid vervallen verordening geregistreerde be­schermde gemeentelijke monumenten wor­den geacht aangewezen te zijn overeen­kom­stig de bepalingen van deze verordening. 6.. De beschermde gemeentelijke monumenten, geregistreerd op de monumentenlijst van de ingevolge het tweede lid genoemde vervallen verordening, worden geacht geregis­treerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 7.. Verzoeken om vergunning als bedoeld in arti­kel 8 van de in het tweede lid genoemde ver­vallen verordening die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden af­gehandeld overeenkomstig deze verorde­ning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel