**a..** het college herziet dan wel trekt het recht op uitkering in, indien de uitkering tot een te hoog bedrag dan wel ten onrechte is verleend;
**b..** het college maakt ten volle gebruik van de bevoegdheid tot verrekening van in de voorafgaande zes maanden ontvangen middelen met de algemene bijstand of inkomensvoorziening op grond van artikel 58 vierde lid Pw en artikel 25 lid 4 IOAW en IOAZ;
**c..** het college maakt ten volle gebruik van de bevoegdheid tot terugvordering zoals deze haar op grond van artikel 58, tweede lid en artikel 59 van de Pw alsmede artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de IOAW en IOAZ toekomt; en
**d..** bruteert het college de vordering, welke is ontstaan door gebruik te maken van de onder b genoemde bevoegdheden, bij gebreke van niet tijdige betaling.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1.1