**1..** Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het verlangen van een zekerheid (in de vorm van een hypotheek) als bedoeld in en onder de voorwaarden van artikel 48, lid 3 van de Pw indien het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf hoger is dan bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel d, van de Pw.
**2..** Het college verbindt aan de verlening van de uitkering de verplichting dat de belanghebbende meewerkt aan de vestiging van de krediethypotheek.
**3..** Het college maakt geen gebruik tot het verlangen van een zekerheid als bedoeld in het eerste lid, indien het te vestigen hypotheekbedrag minder zou bedragen dan € 1.500,00.
**4..** Het college kan op grond van zeer dringende omstandigheden afzien van het vestigen van een krediethypotheek als bedoeld in het eerste lid.
HOOFDSTUK 5
Artikel 5.1