Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4.

Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Roerdalen 2015

In de Awb zijn in de artikel 4:25 tot en met 4:28 de belangrijkste bepalingen rondom het werken met een ‘subsidieplafond’ gegeven. Ingevolge het eerste lid van artikel 4 kan de raad subsidieplafonds per beleidsterrein vaststellen. In de regel valt dit qua tijdstip samen met de vaststelling van de begroting. De raad stelt subsidieplafonds vast en maakt daarbij de wijze van verdeling van de beschikbare middelen bekend. Eventueel kan het college nadere regels opstellen omtrent de wijze van verdeling van de beschikbare middelen. Met het oog op de rechtszekerheid verlangt de Awb, dat het subsidieplafond bekend wordt gemaakt, vóórdat de periode waarop het betrekking heeft, ingaat. Zo kunnen potentiële aanvragers tijdig weten hoeveel geld beschikbaar is. Maar vooral van belang is, dat subsidieaanvragen zonder nadere motivering worden afgewezen op het moment dat het subsidieplafond bereikt is. Indien het voor subsidie beschikbare bedrag enkel op de begroting vermeld staat en de gemeente deze bedragen niet als zijnde subsidieplafonds heeft gepubliceerd, kan de gemeente subsidieaanvragen niet ongemotiveerd weigeren wegens het bereiken van het plafond. Vandaar dat de VNG het publiceren van subsidieplafonds aanbeveelt. Het is aan te bevelen om enige tijd te nemen tussen het vaststellen van de begroting en het publiceren van subsidieplafonds en de wijze van verdeling van de beschikbare middelen. Belangrijk is de verplichting om nadere regels te stellen over de verdeling van de beschikbare bedragen. Er zijn twee mogelijkheden. De meest eenvoudige vorm is een verdeelmechanisme op volgorde van binnenkomst, “wie het eerst komt, het eerst maalt”, waarbij aanvragen in volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag worden behandeld. Een andere vorm is een tendersysteem, waarbij het beschikbare budget wordt verdeeld over de complete aanvragen door middel van een onderlinge vergelijking van de aanvragen en dat de beste aanvragen voor subsidie in aanmerking komen. Van belang bij dit systeem is dat helder is voor de aanvrager op basis van welke criteria de aanvragen worden getoetst en in rangorde worden gezet. De criteria, waaraan een aanvraag wordt getoetst, dienen zoveel mogelijk eenduidig te zijn. Ook is het aan te bevelen dat deze regels uniform gelden over alle beleidsterreinen. De gemeente Utrecht heeft bijvoorbeeld als algemene lijn, dat subsidieaanvragen worden beoordeeld op basis van twee criteria: de bijdrage aan gemeentelijke subsidiedoelstellingen en de prijs-/kwaliteitverhouding. Alleen indien het voor het specifieke beleidsterrein noodzakelijk is, kunnen hier andere criteria aan worden toegevoegd. Let op: deze criteria dienen bij het publiceren van de subsidieplafonds bekend te worden gemaakt, niet later. Nogmaals, de criteria worden zo helder mogelijk geformuleerd; toepassing ervan mag niet leiden tot willekeur. Bijvoorbeeld door gebruik van rangschikking met behulp van puntentelling. Voorbeelden van prioritering met punten: Het college rangschikt alle aanvragen, die voor subsidie in aanmerking komen, zodanig dat een activiteit hoger gerangschikt wordt naarmate de activiteit naar het oordeel van het college: doelmatiger of doeltreffender is door een groter effect in aantal bereikte personen (max. 6 p); in verhouding tot de kosten van de activiteiten een grotere bijdrage levert aan de verbetering van …. uitgedrukt in … (max. 5 p); betrekking heeft op beide speerpunten (max. 4 p); meer perspectief biedt voor brede toepassing van anderen dan de subsidieontvanger (max. 2 p). Of Het college rangschikt de aanvragen op een prioriteitenlijst, zodanig dat een project hoger genoteerd wordt: naarmate er bij het project meer partijen betrokken zijn; naarmate de aanvrager kan garanderen dat het project gedurende meerdere jaren verzekerd is van een plaats in het activiteitenprogramma van de instelling; naarmate naar het oordeel van het college de activiteiten zich richten op een vernieuwend aanbod. Een voorbeeld van het systeem ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’: Het college verdeelt het beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de complete aanvragen. Wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de dag, waarop de aanvulling is ontvangen door de gemeente. Lid 5. Indien wordt gewerkt met een begrotingsvoorbehoud moet er rekening worden gehouden met het feit dat alleen de Rijksoverheid haar begroting direct kan vaststellen. Gemeenten moeten hun begroting voorleggen aan de provincie ter goedkeuring; pas daarna is er sprake van een definitieve begroting en treedt het vierde lid van dit artikel pas in werking. AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel