Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Regionale Nood-Huisvestingsverordening 2008

1. In deze verordening wordt verstaan onder: wet: de Huisvestingswet; besluit: het Huisvestingsbesluit; woonruimte: woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b van de wet; zelfstandige woonruimte: woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren en waarvan tenminste één persoon meerderjarig is of daarmee gelijkgesteld; onzelfstandige woonruimte, kamer: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; gemeenschappelijke voorzieningen: ruimten, opstelplaatsen, aansluitingen, installaties, apparatuur en dergelijke die gebruikt kunnen worden door de bewoners van twee of meer kamers; bedrijf: onderneming van industrie, ambacht, detailhandel of horeca of een instelling van zakelijke dienstverlening; dienstverlenende instelling: instelling van maatschappelijke, sociale of medische dienstverlening; onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid, sub a van de wet; samenvoegingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid, sub b van de wet; splitsingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 33 van de wet; omzettingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid, sub c van de wet; kamerverhuur: de verhuur van een deel van al dan niet zelfstandige woonruimte ten behoeve van (langdurige) bewoning aan personen voor welke bewoning inschrijving in het bevolkingsregister noodzakelijk is; kamerverhuurpand: gebouw of een deel van een gebouw waarin onzelfstandige woonruimte wordt verleend aan twee of meer personen; exploitant: persoon die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een pand als omschreven onder n exploiteert; woningcomplex: samengesteld geheel van tenminste drie gestapelde woningen; Bouwverordening: de geldende Bouwverordening van de gemeente Eindhoven; bouwtechnisch rapport: een bouwtechnisch rapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw. Dit rapport bevat in elk geval mede een beschrijving en een beoordeling van de onderhoudstoestand van het gebouw. huurprijs: huurprijs als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub j van de wet; huurprijsgrens: huurprijsgrens als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de wet; huisvestingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 7 van de wet; inwonend: het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; woningcorporatie: de door burgemeester en wethouders aan te wijzen toegelaten instelling, werkzaam in die gemeente; Noodverordening: deze Regionale Nood-Huisvestingsverordening; standplaats: standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub h van de Woningwet; woonwagen: woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub e van de Woningwet; standplaatsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Huisvestingswet; deelnemende gemeenten: deelnemende gemeenten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b van de Regeling Samenwerkingsverband Regio Eindhoven 2005; College: College van Burgemeester en Wethouders; kamerbewoningvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid, aanhef en onder c van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel