Een vergunning als bedoeld in artikel 3.1 onderscheidenlijk artikel 3.4 vervalt indien:
de vergunninghouder het gebruik van het gebouw waarvoor de onttrekkingsvergunning of samenvoegingsvergunning is verleend, beëindigt;
het gebouw, waarvoor de vergunning geldt, uiterlijk twee jaren nadat het door brand of een vergelijkbare calamiteit is verwoest, vernield of beschadigd, niet zodanig is hersteld dat weer wordt voldaan aan de vergunningvereisten.
Afdeling 2 › Hoofdstuk 3
Artikel 3.5
Het vervallen van de vergunning
Onderdeel van Regionale Nood-Huisvestingsverordening 2008