**1..** Burgemeester en Wethouders van de gemeente Eindhoven kunnen een splitsingsvergunning weigeren indien:
het gebouw of gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat die verhuurd worden of die laatstelijk verhuurd zijn geweest, dan wel, indien het gebouw of het gedeelte van een gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, voorzover het geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik is genomen;
niet is gewaarborgd dat die woonruimte of woonruimten na de voorgenomen splitsing bestemd blijven voor verhuur tot bewoning;
het belang dat de aanvrager bij de splitsing heeft niet opweegt tegen het belang van het behoud van de woonruimtevoorraad. Bij de beoordeling van het belang van het behoud voor de woonruimtevoorraad worden mede de ligging en de te verwachten vraag naar de in het betreffende gebouw of de in een gedeelte van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, opgenomen woonruimte betrokken;
voor het gebied, waarin het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, is gelegen een stadsvernieuwingsplan als bedoeld in artikel 31 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing of Leefmilieuverordening, als bedoeld in artikel 9 van die wet van kracht is, dan wel meteen ontwerp voor zodanig plan of zodanige verordening of voor een herziening daarvan in procedure is;
het ontwerp voor dat plan of voor die verordening ad d, dan wel voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd voordat de aanvraag van de splitsingsvergunning is ingediend, dan wel, indien de aanvraag krachtens artikel 4.4 is aangehouden, voordat die aanhouding is geëindigd;
de voorgenomen splitsing nadelige gevolgen heeft voor de met het plan of de verordening sub d nagestreefde of na te streven doeleinden;
het belang dat de vergunningaanvrager bij de splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van belemmering van de stadsvernieuwing;
de toestand van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft zich uit een oogpunt van indeling of staat van onderhoud geheel of ten dele tegen splitsing verzet en de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende is verzekerd dat die gebreken zullen worden opgeheven. Van gebreken in dit lid bedoeld is in ieder geval sprake indien: Burgemeester en Wethouders van de gemeente Eindhoven ingevolge de artikelen 14 t/m 28 van de Woningwet een aanschrijving hebben gedaan en deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd; het gebouw, waarop de aanvraag om een splitsingsvergunning betrekking heeft één of meer woonruimten bevat, die ingevolge de artikelen 29 t/m 39 van de Woningwet onbewoonbaar zijn verklaard;
vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van de woningsplitsingsvergunning zou leiden tot een ontoelaatbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft;
de aanvraag betrekking heeft op een gebouw in een door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Eindhoven aangewezen gebied als vermeld in artikel 4.9.
Afdeling 2 › Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Gronden tot weigering van een splitsingsvergunning
Onderdeel van Regionale Nood-Huisvestingsverordening 2008