Naar hoofdinhoud

Afdeling 2 › Hoofdstuk 5

Artikel 5.9

Intrekken van de omzettingsvergunning

Onderdeel van Regionale Nood-Huisvestingsverordening 2008

1.. Burgemeester en Wethouders van de gemeente Eindhoven kunnen de omzettingsvergunning intrekken indien: de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; de aan de vergunning verbonden voorwaarden en voorschriften niet worden nagekomen; de vergunninghouder een jaar na onherroepelijk worden van de vergunning daarvan nog geen gebruik heeft gemaakt; vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat handhaving van de vergunning zou leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft; de exploitant een vergunning, als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Bouwverordening gemeente Eindhoven, voor het gebouw waarop de omzettingsvergunning betrekking heeft, is geweigerd, dan wel ingetrokken; het aantal onzelfstandige woonruimten en/of het aantal bewoners afwijkt van het in de aanvraag vermelde aantal. 2.. Burgemeester en Wethouders van de gemeente Eindhoven gaan niet eerder tot intrekking van de vergunning over, dan dat degene te wiens aanzien het besluit tot intrekking wordt genomen bij aangetekende brief is gewaarschuwd dat zij de vergunning zullen intrekken, indien voor een door hen te bepalen datum niet zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, dat alsnog aan de desbetreffende bepalingen van deze verordening wordt voldaan en hij/zij in de gelegenheid is gesteld zich door of namens Burgemeester en Wethouders van de gemeente Eindhoven te doen horen.

Rechtspraak bij dit artikel