Een vergunning als bedoeld in artikel 7.1 vervalt van rechtswege:
de vergunninghouder 26 weken, anders dan door overmacht, na de dagtekening van de vergunning daarvan nog geen gebruik heeft gemaakt;
na het verstrijken van 1 jaar vanaf datum afgifte van de vergunning, tenzij uiterlijk 2 maanden voorafgaand aan de vervaldatum een nieuwe vergunning is aangevraagd;
indien de wijze van exploiteren, de indeling of de bezettingsgraad van het kamerbewoningpand zich wijzigt zonder dat hiervoor een wijzigingsvergunning is verleend;
indien de vergunninghouder het gebruik van het gebouw voor het verhuren of ter beschikking stellen van onzelfstandige woonruimte beëindigt;
indien het gebouw, waarvoor de vergunning geldt, uiterlijk twee jaren nadat het door brand of een vergelijkbare calamiteit is verwoest, vernield of beschadigd, niet zodanig is hersteld dat weer wordt voldaan aan de vergunningvereisten voor bewoning van onzelfstandige woonruimte.
Afdeling 3 › Hoofdstuk 7
Artikel 7.6
Het vervallen van de kamerbewoningvergunning
Onderdeel van Regionale Nood-Huisvestingsverordening 2008