Het College kan de standplaatsvergunning intrekken indien:
de standplaats niet binnen een termijn van vier weken na de bekendmaking van het besluit tot verlening van de vergunning wordt ingenomen. Indien de termijn is verlengd en de standplaats nog niet is ingenomen, kan de vergunning na afloop van de termijn van de verlenging worden ingetrokken of;
de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven hiervan geen gebruik te maken of;
gebleken is dat de aanvrager bij de inschrijving onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt of;
de vergunninghouder in strijd handelt met de bepalingen van deze verordening of met aan de vergunning verbonden voorschriften; of
de vergunninghouder het gebruik van de standplaats heeft beëindigd.
Afdeling 4 › Hoofdstuk 8
Artikel 8.10
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Regionale Nood-Huisvestingsverordening 2008