Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2

Artikel 18

Spreekrecht Burgers

Onderdeel van Reglement van orde raadsvergaderingen gemeente Eersel

Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers het woord voeren over geagendeerde onderwerpen.Het woord kan niet gevoerd worden:a. over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan;b. over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;c. indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend;d. over een onderwerp dat reeds in de commissie van de raad is besproken. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor 12.00 uur op de dag voorafgaand aan de raadsvergadering. Melding wordt gemaakt aan de griffier. Hij/zij vermeldt daarbij de naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij/zij het woord wil voeren. Hij of zij kan spreken zowel voor zichzelf als namens belanghebbende, een groepering of organisatie. Voor belanghebbende of per groepering of organisatie mag over een bepaald onderwerp slechts door een persoon, met machtiging van de betreffende belanghebbende, groepering of organisatie, het woord worden gevoerd. Geen der zich aangemeld hebbende sprekers voert het woord dan na dit verkregen te hebben van de voorzitter. De voorzitter kan beperkingen aan de duur van de spreektijd opleggen. In bijzondere gevallen is de voorzitter bevoegd om een maximum aantal sprekers het woord te verlenen. Indien een spreker door woord of gedrag de orde in de vergadering dreigt te verstoren, is de voorzitter bevoegd hem of haar het woord te ontnemen. De spreker richt het woord tot de voorzitter. Over het naar voren gebrachte vindt geen discussie plaats met de leden. Leden van de raad kunnen verduidelijkende vragen stellen aan de inspreker. Zodra de voor het spreekrecht vastgestelde tijdsduur is verstreken, dan wel zodra degenen die zich overeenkomstig het in het 3e lid bepaalde hebben aangemeld, van hun spreekrecht gebruik hebben gemaakt of kunnen maken, sluit de voorzitter de spreekrechttijd af. In het verslag worden opgenomen de namen van degenen die met toepassing van dit artikel het woord hebben gevoerd, met vermelding van het betreffende onderwerp alsook de vragen gesteld door raadsleden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel