Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
a. 5% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
b. 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
c. 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
d. 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie.
Hoofdstuk 2
Artikel 9
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving