Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Doelgroep

Onderdeel van Verordening individuele studietoeslag gemeente Roerdalen 2015

Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een persoon op de datum van de aanvraag: 18 jaar of ouder is; recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet heeft; en een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Met betrekking tot het laatst genoemde criterium beoordeelt het college aan de hand van beschikbare gegevens van het Uitvoeringsinstituut Werkgeversverzekeringen (UWV), eventuele eerdere medische keuringen en informatie vanuit het netwerk, zoals bijvoorbeeld school, of een persoon hieraan voldoet. Indien dit onvoldoende uitsluitsel geeft, wordt advies van een arbeidsdeskundige ingewonnen. Door het vereiste in het oorspronkelijke wetsvoorstel dat een student niet in staat is om met arbeid het minimumloon te verdienen, zou de studietoeslag niet toegankelijk zijn voor studenten met alleen een medische urenbeperking. Deze studenten zijn wel in staat per uur het minimumloon te verdienen, maar kunnen dit maar een beperkt aantal uren. Het oorspronkelijke wetsvoorstel zal om die reden per 1 januari 2015 worden aangepast, zodat ook studenten met een medische urenbeperking aanspraak kunnen maken op de studietoeslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel