1 De Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2010 wordt ingetrokken.
2 Een ondersteuningsvrager houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2010, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.
3 Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2010 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo 2015, worden afgehandeld krachtens laatstgenoemde verordening.
4 Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2010, wordt beslist met inachtneming van die verordening.
De oude verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2010 komt met het inwerkingtreden van deze nieuwe verordening uiteraard te vervallen. Hetzelfde geldt voor de beleidsregels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2010.
Het overgangsrecht voor de taken van de Jeugdwet en de nieuwe taken van de Wmo 2015 zijn vastgelegd in respectievelijk de Jeugdwet en de Wmo 2015. Hieronder wordt op het overgangsrecht geregeld in beide wetten kort ingegaan.
10.2.1Overgangsrecht oude Wmo voorzieningen
Ondersteuningsvragers die een voorziening verstrekt hebben gekregen op grond van de oude Wmo blijven, zo lang er geen besluit is genomen op grond van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, recht houden op deze voorziening. Voor ondersteuningsvragers die voor 1 januari 2015 een woonvoorziening, vervoersvoorziening of een rolstoel verstrekt hebben gekregen, zal het beleid en daarmee de aanspraak op de voorziening vooralsnog niet worden gewijzigd. Er wordt dan ook geen nieuw besluit genomen ten aanzien van deze voorzieningen.
Voor de oude voorziening hulp bij het huishouden, verstrekt op grond van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2010, geldt dat de omstandigheden gewijzigd zijn als gevolg van een korting op het door het Rijk beschikbaar gestelde budget. Deze korting maakt het noodzakelijk om het beleid aan te passen. Gedurende de eerste twee perioden van 4 weken (de eigen bijdrageperiode zoals die door het CAK wordt gehanteerd) zal overgangsrecht van toepassing zijn voor ondersteuningsvragers die al voor 1 januari 2015 recht hadden op de voorziening hulp bij het huishouden en waarbij het recht doorloopt na 1 januari 2015. Gedurende deze periode van in totaal 8 weken blijft de indicatie zoals die gold voor het inwerkingtreden van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 nog in stand. In deze periode wordt door de thuiszorgaanbieders samen met de ondersteuningsvrager beoordeeld hoe de nieuwe voorziening huishoudelijke ondersteuning na de periode van 8 weken wordt ingevuld. Nadat dit gesprek heeft plaatsgevonden ontvangen ondersteuningsvragers die onder het overgangsrecht vallen een nieuwe beschikking.
10.2.2 OvergangsrechtAwbz-functies en voorzieningen Jeugdwet
Het algemene uitgangspunt voor wat het overgangsrecht betreft is dat opgebouwde rechten voor het jaar 2015 behouden blijven. Hierop uitgezonderd zijn de zorg in natura voorzieningen in het kader van beschermd wonen waarbij een overgangsperiode van minimaal 5 jaren geldt. Het overgangsrecht eindigt in de meeste gevallen dan ook na afloop van de termijn van 1 (en in het geval van beschermd wonen minimaal 5 jaar na inwerkingtreding van de wetten) of als in de tussentijd de indicatietermijn verstrijkt tot de einddatum genoemd in de indicatie. Overigens eindigt de indicatie ook als de ondersteuningsvrager vraagt om een herbeoordeling van de situatie; in dat geval vindt een beoordeling plaats op basis van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo 2015 en de hier beschreven beleidsregels.
10.2.2.1Overgangsrecht voorzieningen Awbz
In de Wmo 2015 en de Jeugdwet is het overgangsrecht voor de te decentraliseren Awbz-voorzieningen in de artikelen 8.3 en 8.4 Wmo 2015 en artikel 10.1 Jeugdwet. In het algemeen geldt dat de indicatie moet worden gerespecteerd en waar mogelijk de zorg moet worden gecontinueerd bij dezelfde aanbieder. Echter daar waar de gemeente geen contract heeft kunnen afsluiten met de aanbieder die, op grond van de Awbz, zorg in natura mocht leveren, moet een andere zorgaanbieder worden gezocht. Voor ingezetenen die de zorg in de vorm van een persoonsgebonden budget ontvingen, geldt dat de aanspraak tot een zelfde bedrag behouden blijft, maar dan wel in de vorm van een trekkingsrecht (zie paragraaf 3.1).
Het gaat hierbij om de volgende voorzieningen:
ondersteuning zelfstandig leven (oude Awbz-functies begeleiding individueel en persoonlijke verzorging);
ondersteuning maatschappelijke deelname (oude Awbz-functie begeleiding groep);
ondersteuning mantelzorg door kortdurend verblijf (oude Awbz-functie kortdurend verblijf)
beschermd wonen (oude Awbz-functie beschermd wonen);
doventolk;
en specifiek voor jeugdigen:
behandeling;
persoonlijke verzorging.
Het overgangsrecht geldt voor ingezetenen met een voorziening op grond van de Awbz, die:
Op 1 januari 2015 18 jaar of ouder zijn en een geldige indicatie hebben voor Awbz zorg die volgens de Wmo 2015 uiterlijk per 1 januari 2016 vervalt;
Op 1 januari 2015 jonger dan 18 jaar zijn en die in 2015 de leeftijd van 18 jaar nog niet bereiken met een geldige indicatie voor Awbz zorg die volgens de Jeugdwet uiterlijk per 1 januari 2016 vervalt;
Per 1 januari 2015 18 jaar of ouder zijn en een indicatie hebben voor beschermd wonen (ZZP GGZ-C pakket).
Als het overgangsrecht van toepassing is, hoeft geen beschikking te worden afgegeven. De rechten en plichten (denk aan betaling van de eigen bijdrage) op grond van de Awbz worden onder dezelfde condities voortgezet gedurende de overgangstermijn.
Ingezetenen die wel een Awbz indicatie hebben, maar feitelijk nog geen zorg afnemen (niet verzilveren van de zorg), behouden het recht op die zorg, zoals die is beschreven in de indicatie. Zij moeten wel de gemeente in de gelegenheid stellen om in gezamenlijk overleg te bezien op welke wijze de zorg het beste kan worden ingevuld.
Uitzonderingen:
Cliënten met een ZZP (zorgzwaartepakket) die deze per 1 januari 2015 niet verzilveren in verblijf, maar gebruik maken van extramurale zorg, vallen onder de overgangsregeling van de Wet langdurige zorg (Wlz). Zij kunnen tot 1 januari 2016 alsnog kiezen voor verblijf op grond van de Wlz. Het overgangsrecht voor deze cliënten van de Wlz bepaalt dat deze persoon uiterlijk 1 januari 2016 schriftelijk kenbaar moet maken of hij wil gaan verblijven in een instelling op grond van de Wlz, of op grond van de Wmo 2015 thuis wil blijven wonen. Zolang de cliënt de keuze niet maakt, krijgt de cliënt, tot uiterlijk 1 januari 2016, de zorg vanuit de Wlz.
Voor de Fokuswoningen wordt een apart subsidie-artikel opgenomen in de Wlz ter vervanging van hetgeen nu in de tijdelijk aanspraak 24-uurs ADL is geregeld.
10.2.2.2 Overgangsrecht overige voorzieningen Jeugdwet
Geestelijke gezondheidszorg jeugd
Op grond van artikel 10.2 Jeugdwet geldt voor de jeugd-ggz een overgangsrecht van één jaar na inwerkingtreding van de Jeugdwet (dus uiterlijk tot 1 januari 2016).
Overige jeugdhulp
Kenmerkend voor deze voorzieningen (in tegenstelling tot de voorzieningen die voor volwassenen ook in de Wlz, Wmo en Zvw is geregeld) is dat er geen variant voor volwassenen bestaat. Uit het oogpunt van hulp- en zorgverlening is het dan ook niet verantwoord om op hulp of zorg bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar onmiddellijk te beëindigen. In artikel 10.3 van de Jeugdwet is dan ook geregeld dat voor deze vormen van jeugdhulp en –zorg de voorziening kan worden voortgezet of binnen een half jaar na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar kan worden hervat. De hulp of zorg kan dan worden voortgezet totdat de leeftijd van 23 jaar wordt bereikt. In het jaar 2015 nog volgens het overgangsrecht en daarna regulier via de Jeugdwet (zie paragraaf 2.2.1.2)
10.3 Inwerkingtreding verordening en beleidsregels
Hoofdstuk 10
Artikel 10.2
Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo