Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1.2

SPEELTUINEN EN OPENBARE SPEELPLAATSEN

Onderdeel van Subsidiebeleidsregels Welzijn gemeente Aalten 2015-2018.

I. Doel Het bieden van een gevarieerd, toegankelijk en kwalitatief goed aanbod aan buitenspeelmogelijkheden, waarmee bijgedragen wordt aan: een aantrekkelijk vestigingsklimaat en een veilige woon- en leefomgeving voor gezinnen met (jonge) kinderen; de persoonlijke en sociale ontwikkeling en de gezondheid van de jeugd. II. Beleidskader/producten/activiteiten het bijdragen aan de instandhouding van een moderne en veilige inrichting van in verenigingsverband beheerde en geëxploiteerde buitenspeelruimten, alsmede de daarbij behorende slecht weer accommodatie; het ondersteunen van organisaties die het in hun eigendom zijnde terrein beschikbaar stellen en speciaal onderhouden als openbare speelplaats c.q.veld. III. Subsidievormen Organisatiesubsidie; Investeringsubsidie. IV. Subsidiabele organisaties Speeltuinorganisaties; Rechtspersoonlijkheid bezittende organisaties die hun terrein, niet zijnde een schoolplein, beschikbaar stellen als openbaar speel- en trapveldje en daar voor eigen rekening, dus zonder overheidsvergoeding, onderhoudskosten voor maken. V. Specifieke voorschriften en beleidsontwikkelingen Vaste subsidienorm van € 250,00 voor onderhoud aan niet onder gemeentelijk eigendom vallende openbare trap- en speelveldjes. Formele speeltuinorganisaties kunnen voor renovatie, nieuwbouw en uitbreiding van in hun eigendom zijnde slecht weer accommodatie een beroep doen op de investeringsubsidieregeling. De drie speeltuinverenigingen ontvingen tot 2011 een subsidie bestaande uit twee componenten: een vaste bijdrage in de exploitatielasten van ca. € 1.400 en een vast bijdrage in de kosten van onderhoud en afschrijving van de speeltoestellen van resp. € 5.000 (Robbedoes) en € 2.500 (Aalten Zuid en De Ossenkop). Met de vaststelling van de subsidiebeleidsregels voor 2011-2014 is vervolgens overgestapt op besteding- en verantwoordingsvrije organisatiesubsidies, die in principe geen directe relatie meer hebben met (bepaalde) exploitatielasten. Uitgangspunt daarbij is ook dat verenigingen zelf verantwoordelijk zijn voor het realiseren van een sluitende exploitatie. Voortvloeiend uit de aan die beleidsregels gekoppelde bezuinigingstaakstelling is toen voorgesteld het exploitatiedeel op de subsidies voor de speeltuinverenigingen te schrappen op basis van het percentage dat dit deel uitmaakte van de totale subsidie voor Robbedoes (1.400 van 6.400 = 22%). Dit is uiteindelijk toegepast op Robbedoes en de Ossenkop en niet op ’t Spölhuuksken van de Stichting Aalten Zuid. Zij huurt haar accommodatie van de gemeente, heeft deze dus niet in eigendom, en kan zodoende, in tegenstelling tot de beide andere speeltuinverenigingen, geen aanvullend beroep doen op een incidentele investeringsubsidie. Van de gesubsidieerde speeltuinverenigingen wordt verwacht dat zij: voldoende geopend zijn, gerelateerd aan schooltijden en vakantieperiodes; gedurende openstellingtijden zorg dragen voor voldoende gekwalificeerd toezicht; het tot de speeltuinaccommodatie behorende terrein beveiligd houden en voor een pedagogisch verantwoorde inrichting met, overeenkomstig de daarvoor geldende normen, veilige speelvoorzieningen zorgen.

Rechtspraak bij dit artikel