Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.2

Artikel 3.2.1

PEUTERSPEELZAALWERK EN SPEEL-O-THEEKWERK

Onderdeel van Subsidiebeleidsregels Welzijn gemeente Aalten 2015-2018.

I. Doelstelling Het stimuleren van de cognitieve, sociale, emotionele, motorische en creatieve ontwikkeling van peuters van 2½ tot 4 jaar; Het bieden van stimulerende speelgelegenheid aan peuters in aanvulling op de speelmogelijkheden thuis; Het bieden van de mogelijkheid tot onderlinge ontmoeting en contact aan peuters en ouders; Het naast de hiervoor genoemde algemene basisfuncties aanvullend bijdragen aan een gerichte herkenning, signalering en aanpak van ontwikkelings-achterstanden en het op die wijze als voorschoolse voorziening bijdragen aan een sluitende aanpak voor 0-6 jarigen. II. Activiteiten/beledskader Het aanbieden van regulier peuterspeelzaalwerk; Het ontwikkelen en uitvoeren van activiteiten die beogen de taalontwikkeling van peuters extra te stimuleren, één en ander in overeenstemming met het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (OAB); Het ontwikkelen en uitvoeren van activiteiten die beogen op een zo preventief mogelijke wijze ontwikkelingsachterstanden bij peuters te herkennen en te bestrijden, één en ander in overeenstemming met het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (OAB); Het uitlenen van spel- en ontwikkelingsmateriaal aan kinderen en/of instellingen, alsmede het adviseren van ouders/begeleiders. III. Subsidievormen Budgetsubsidie; Organisatiesubsidie. IV. Subsidiabele organisaties Peuterspeelzaalorganisaties; Zelfstandige organisaties voor speel-o-theekwerk. V. Specifieke voorschriften De ingezette harmonisatie van het subsidiebeleid ten aanzien van de drie peuterspeelzaalorganisaties in onze gemeente heeft geleid tot een fusie tussen de twee grotere peuterspeelzaalorganisaties Stichting Aaltense Peuterspeelzalen (STAP) en Stichting peuterspeelzalen Dinxperlo – De Heurne tot de nieuwe organisatie Stichting Op Pad. Op landelijk niveau wordt al langere tijd gediscussieerd over verdere harmonisatie van de voorzieningen van peuters en kleuters. Zo wordt er door de VNG gepleit voor een ontwikkelrecht voor peuters, één integrale voorschoolse voorziening, toegankelijkheid voor alle kinderen, in één doorlopende leerlijn met de basisschool. Over de financiering en de bestuurlijke verantwoordelijkheid lopen de opvattingen van de VNG en het Rijk echter nog aanmerkelijk uiteen. Voor ons kinderopvang-, peuterspeelzaal- en VVE-beleid zal dus afgewacht moeten worden hoe deze landelijke discussie zich verder ontwikkelt. Voorshands houden wij daarom vast aan ons bestaande subsidiebeleid voor zelfstandige peuterspeelzalen. In het Onderwijs Achterstanden Beleidsplan (OAB) 2011-2014 is het gemeentelijk beleid op het gebied van onderwijsachterstanden en voor- en vroegschoolse educatie (VVE) vastgelegd. Voor de uitvoering van dit beleid ontvangt de gemeente jaarlijks een specifieke uitkering. Het ministerie van OCW heeft de specifieke uitkering met een jaar verlengd (tot en met 2015). Het ministerie van OCW ontwikkelt thans een nieuw beleidskader voor de periode na 2015. Op basis van dit landelijke beleidskader wordt in gezamenlijk overleg tussen gemeente, Jeugdgezondheidszorg, peuterspeelzalen, kinderopvang en het onderwijs het gemeentelijk beleid op het gebied van onderwijsachterstanden en voor- en vroegschoolse educatie verder vorm gegeven. Een goed beleid ter bestrijding van onderwijsachterstanden achten wij van groot belang. Voor jonge kinderen met een risico op een taalachterstand is voor- en vroegschoolse educatie cruciaal. Bij de financiering van het peuterspeelzaalwerk zal een goede afstemming plaats moeten vinden tussen de reguliere subsidieverstrekking op basis van deze subsidiebeleidsregels, de budgetovereenkomsten en de periodiek van het rijk ontvangen VVE-gelden. Organisatiesubsidie aan speel-o-theek organisaties wordt verstrekt in de vorm van: een vast bedrag van € 856,00.  De bestaande speel-o-theek, “de blokkendoos”, is gevestigd in de bibliotheek in Aalten.

Rechtspraak bij dit artikel