Met betrekking tot een verzoek om kwijtschelding van de in artikel 1
genoemde belastingen en heffingen verschuldigd door een natuurlijk persoon
die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent en die geen verband
houden met de uitoefening van dat bedrijf of beroep zijn de afdelingen 1, 2
en 5 van Hoofdstuk II van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 van
overeenkomstige toepassing, waarbij
ten aanzien van het bepalen van het inkomen van een ondernemer wordt
aangesloten bij de wijze waarop dit wordt getoetst conform het
Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen 2004 (van het laatst
afgerond boekjaar waarbij een jaarafrekening aanwezig moet zijn) en
dat;
ten aanzien van het bepalen van het voor de uitoefening van dat
bedrijf of beroep noodzakelijke bedrijfsvermogen wordt aangesloten
bij de wijze waarop dit vermogen wordt getoetst conform het Besluit
Bijstandverlening Zelfstandigen 2004, met uitzondering van de
opgenomen vrijstelling voor de eigen woning, zoals genoemd in
artikel 7 van dit Besluit
Ten aanzien van het bepalen van het overig privé vermogen van de
ondernemer wordt aangesloten bij de regels die zijn vastgelegd in de
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
Artikel 3.
Kwijtschelding van privé-belastingen aan ondernemers
Onderdeel van Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen