Naar hoofdinhoud
1. Subsidies tot € 125.000 worden verstrekt in de vorm van een vast bedrag op grond van door gedeputeerde staten te geven regels, tenzij bij een hogere regeling anders is bepaald. 2. Subsidies vanaf € 125.000 bedragen ten hoogste een door gedeputeerde staten vast te stellen percentage van de subsidiabele kosten. Gedeputeerde staten kunnen een maximum bedrag bepalen en andere regels voor de berekening van de subsidie geven. 3. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet: de vaste personeelslasten van de aanvrager, tenzij GS in een uitvoeringsverordening voor een categorie subsidies anders bepalen; de kosten van gebruik van ruimten, apparatuur en deskundigheid waarover de aanvrager permanent beschikt; andere kosten die behoren tot de normale exploitatielasten van de aanvrager en die niet direct en uitsluitend noodzakelijk zijn ten behoeve van de aanvraag om subsidie, en de kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager, onderhoud of herstelwerkzaamheden. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een subsidie die is gericht op de instandhouding van een instelling. 5. Als bij de bepaling van het subsidiebedrag gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze tarieven berekend op basis van de loonkosten (inclusief werkgeverslasten) met de mogelijkheid van een nader te bepalen maximum percentage opslag.

Rechtspraak bij dit artikel