Naar hoofdinhoud
1. Gedeputeerde staten stellen Uitvoeringsverordeningen vast, waarbij zij voor elke categorie subsidies, bedoeld in hoofdstuk twee, nadere regels stellen. Deze regels kunnen betrekking hebben op: de indieningstermijn voor subsidieaanvraag en de daarbij over te leggen gegevens; de elektronische indiening van de aanvraag of een categorie aanvragen; de inschakeling van een adviescommissie indien nodig wordt geacht voor de beoordeling van subsidieaanvragen; de subsidiecriteria; de loting bedoeld in artikel 6; de verdeling van het  beschikbare bedrag; de weigeringsgronden; de subsidieontvanger; de vorm van de subsidie; de hoogte en berekening van de subsidie bedoeld in art. 12; de ambtshalve vaststelling bedoeld in art. 13, derde lid; de verplichtingen van de subsidieontvanger bedoeld in art. 26, eerste en derde lid; het overgangsrecht 2. De uitvoeringsverordening moet in werking zijn getreden om subsidie te kunnen verstrekken voor subsidiabele activiteiten die in hoofdstuk twee zijn vermeld. 3. De leden 1 en 2 gelden niet voor subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel