Naar hoofdinhoud

1.2

Artikel 6

Wijze van heffing en termijn van betaling en restitutie.

Onderdeel van Parkeerbelastingverordening 2016

1). De belasting, bedoeld in art. 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte, en wel door middel van het werpen van geld in parkeerapparatuur of door middel van het elektronisch betalen bij parkeerapparatuur en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. De verschuldigde belasting per tijdseenheid wordt op de parkeerapparatuur kennisgegeven. Indien binnen de gemeente Zandvoort de mogelijkheid is gecreëerd bij aanvang van het parkeren parkeerapparatuur in werking te stellen door het via een telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer, moet in afwijking van het hier voorafgaande bepaalde de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen twee maanden na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. Het college kan nadere voorschriften geven met betrekking tot de voldoening, heffing en invordering van deze belasting. 2). De belasting, bedoeld in art. 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij het verlenen van de vergunning en dient in geval van het aanvragen van de vergunning zoals aangegeven op de website van de gemeente Zandvoort (www.zandvoort.nl) te geschieden zoals aangegeven bij het gebruik van de applicatie het digitaal loket van genoemde website. Het college is bevoegd nadere regels te geven omtrent de wijze van voldoening van deze belasting; 3). Indien de belastingplicht, bedoeld in art. 2, onderdeel b, in de loop van de periode waarvoor de vergunning is verleend eindigt, wordt ingetrokken of vervalt, bestaat aanspraak op ontheffing over zoveel volle kalendermaanden als er in die periode na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht nog resteren; 4). Het voorgaande lid is niet van toepassing indien het een bezoekersvergunning of een bezoekerspas betreft, dan wel een vergunning betreft die voor de beperkte periode van een dag, week of maand is verleend; 5). Een naheffingsaanslag moet terstond, inclusief de eventuele kosten zoals bedoeld in artikel 9, worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel