1.1.
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Bedrijf:
elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid
optredend organisatorisch verband waarin krachtens
arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke
aanstelling arbeid wordt verricht;
de zelfstandige die voor de voorziening in het bestaan
is aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of
zelfstandig beroep;
een al dan niet commerciële organisatie (bijvoorbeeld
zorginstellingen, politiediensten,
onderwijsinstellingen, hulpverleners, artsen en
verloskundigen), die hieraan door het College van
Burgemeester en Wethouders is gelijkgesteld, met dien
verstande dat bedrijven en beroepen worden beschouwd als
één bedrijf en één beroep indien de vestigingsadressen
dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing
betreft, dan wel sprake is van een (juridische)
constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in
wezen één bedrijf of beroep betreft, hetzij het
tegendeel wordt aangetoond;
Belanghebbendenparkeerplaats: parkeerplaats die is
aangeduid met bord E9 van bijlage I van het Reglement
verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990, al dan niet
voorzien van een onderbord of gelegen is binnen een zone
aangeduid met bord E9 van bijlage I van het RVV 1990 met het
opschrift zone voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;
Belanghebbendenvergunning: een parkeervergunning
krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren
op een belanghebbendenparkeerplaats;
Bewoner: inwoner van de gemeente Zandvoort die de
leeftijd van 16 jaar (bij Brommobielen) of 17 jaar heeft bereikt
en staat ingeschreven als ingezetene in de gemeentelijke
basisadministratie van de gemeente Zandvoort op het adres dat
hij bewoont als zelfstandige woning;
Bewonersgebied: gebied met
belanghebbendenparkeerplaatsen;
Bewonersvergunning: een parkeervergunning krachtens
welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op een
belanghebbendenparkeerplaats in een bewonersgebied;
College: het College van Burgemeester en Wethouders
van Zandvoort;
Elektrisch voertuig: een Motorvoertuig dat uitgevoerd
is om (mede) elektrisch te worden aangedreven;
Forensenbelasting: belasting in de zin van artikel
223 Gemeentewet die geheven kan worden van de natuurlijke
personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er
gedurende het belastingjaar meer dan negentig malen
nachtverblijf houden, anders dan als verpleegde of verzorgde in
een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van
gebrekkigen, van hulpbehoevenden of bejaarden, of er op meer dan
negentig dagen van dat jaar voor zich of hun gezin een
gemeubileerde woning beschikbaar houden;
Gehandicaptenparkeerkaart: een
gehandicaptenparkeerkaart in de zin van de Regeling
gehandicaptenparkeerkaart;
Gehandicaptenparkeerplaats: parkeerplaats die is
aangeduid door bord E6 van bijlage I van het Reglement
verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990, al dan niet
voorzien van een onderbord;
Houder van een motorvoertuig: degene die beschikt
over een op zijn naam gesteld kentekenbewijs van het
desbetreffende motorvoertuig, met dien verstande dat degene die
blijkens een leaseovereenkomst gebruikmaakt van een leaseauto,
of degene die – gelet op de inhoud en de strekking van de
arbeidsovereenkomst tussen de aanvragen en zijn werkgever, en
een verklaring van het gebruik – gebruikmaakt van een door de
werkgever beschikbaar gestelde auto, geacht wordt over een op
zijn naam gesteld kentekenbewijs te beschikken. Als
kentekenbewijs wordt mede aangemerkt: een op naam afgegeven
verzekeringsbewijs van een niet-kentekenplichtig
motorvoertuig;
Hulpverlener: persoon die anders dan bij wijze van
woon/werkverkeer beroepsmatig gebruik maakt van een
motorvoertuig vanwege werkzaamheden vanuit een professionele
zorg- of hulpinstelling en in overwegende mate zorg of hulp
verleent in delen van de gemeente Zandvoort waar betaald
parkeren is ingevoerd;
Kenteken: de aanduiding waarmee een motorrijtuig
wordt geregistreerd krachtens de Wegenverkeerswet 1994;
Mantelzorg: het met regelmaat niet-beroepsmatig zorg
verlenen binnen de kring van familie, vrienden of
kennissen;
Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in
het RVV 1990 en hetgeen onder een brommobiel wordt verstaan in
het RVV 1990;
Parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten,
met inbegrip van persoonlijke parkeermeters en
verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting
overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
Parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende
bij de parkeerapparatuur waarvoor parkeerbelasting wordt
geheven;
Parkeergelegenheid op eigen terrein (poet): een
stallingsplaats bestemd voor motorvoertuigen gelegen buiten de
openbare weg, waarvan in een bouwvergunning, dan wel
omgevingsvergunning, dan wel een bestemmingsplan, dan wel een
huur- of koopovereenkomst, dan wel de erfpachtvoorwaarden is
vastgelegd dat deze is bedoeld als parkeergelegenheid voor de
opstallen waarin de woning of het Bedrijf is gevestigd, waar een
parkeervergunning voor wordt aangevraagd.
Parkeerkaart: kaart waarmee parkeerbelasting wordt
geheven, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te
parkeren op een parkeerapparatuurplaats;
Parkeerplaats: plaats op binnen de gemeente gelegen
voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten
waarop parkeren niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
verboden;
Parkeerschijf: parkeerschijf die voldoet aan de
voorwaarden zoals opgenomen in Besluit Parkeerschijf zoals
gepubliceerd in de Staatscourant op 15 december 1997, waarbij
sprake dient te zijn van de omstandigheid dat de schijf
uitsluitend handmatig ingesteld kan worden en uitsluitend
handmatig gedraaid kan worden.
Parkeervergunning: een door het College op grond van
deze verordening verleende vergunning, waarvoor parkeerbelasting
wordt geheven, krachtens welke het is toegestaan een
motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerplaatsen.
Een parkeervergunning bestaat uit de bijbehorende brief en het
uitneembare gedeelte dat als bewijs achter de voorruit van het
motorvoertuig moet worden aangebracht;
Parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode
doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende
de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk
in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of
lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het
openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten waarop
dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift
is verboden;
RVV 1990: het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens van 26 juli 1990 (Staatsblad 1990,
459);
Tweede woning: zelfstandige woning binnen de gemeente
Zandvoort die niet gebruikt wordt als hoofdverblijf;
Vergunningbewijs: het schriftelijke bewijsstuk van de
vergunning dat aan de vergunninghouder wordt verstrekt nadat hij
de verschuldigde parkeerbelasting heeft voldaan;
Vergunninggebied: nader gedefinieerd gebied zoals
aangegeven in bijlage 1 van de Verordening en de daarbij
behorende kaarten;
Vergunninghouder: de natuurlijke persoon of
rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;
Vergunningenplafond: aantal vergunningen dat maximaal
wordt verleend binnen een vergunningengebied;
Werknemer: natuurlijke persoon die krachtens een
arbeidsovereenkomst werkzaam is bij een Bedrijf voor minimaal 8
uur per week;
WVW 1994: de Wegenverkeerswet van 21 april 1994
(Staatsblad 1994, 475);
Afdeling I.
Artikel 1.
Artikel 1.
Onderdeel van Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren 2016