1. De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt.
2. De aangever is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te
overleggen.
3. Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan:
een geldig identiteitsbewijs;
de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is;
een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever;
een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 1.
4. Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 4, is een schriftelijke
verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een
woonadres niet wenselijk is.
5. De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee
alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming
geven een briefadres te houden.